Onderzoek afgerond naar in beslag genomen Joods vastgoed in Delft – Stadsarchief Delft

Onderzoek afgerond naar in beslag genomen Joods vastgoed in Delft

Wat gebeurde er in de Tweede Wereldoorlog met onroerend goed van Joodse Delftenaren? Hoe ging de gemeente Delft daarmee om na de oorlog? Uit historisch onderzoek dat de gemeente heeft laten uitvoeren, blijkt dat de gemeentelijke instanties deden wat er van hen werd verwacht volgens de geldende regelgeving. De menselijke maat ontbrak toen overlevenden terugkeerden in de stad en hoopten op steun en begrip, zoals in veel Nederlandse gemeenten.

De behoefte aan het onderzoek kwam op in 2020. Raadsleden vroegen zich af hoe de gemeente Delft na de Tweede Wereldoorlog is omgegaan met het Joods vastgoed. Het college heeft daarop een indicatief onderzoek laten uitvoeren door historici Ingrid van der Vlis en Kees van der Wiel. Hun onderzoek is nu afgerond.

Verkaufsbücher: register onteigend onroerend goed van Joodse inwoners

 

Delft volgde landelijke regels

De belangrijkste conclusie is dat de gemeente Delft na de Tweede Wereldoorlog niet klaarstond voor de Joodse overlevenden en hun nabestaanden. Formeel handelde de gemeente volgens de geldende landelijke regels, maar tegelijkertijd was er geen sprake van het toepassen van een menselijke maat en mededogen. Het rapport vermeldt: “Delftse teruggekeerden liepen tegen een muur van bureaucratie aan. Daarbij maakte de gemeente – net als de landelijke overheid – bewust geen uitzondering voor Joodse slachtoffers. Zij wilde niet discrimineren zoals de Duitse bezetter had gedaan. Iedereen stond aan hetzelfde loket bij terugkomst. De gemeentelijke instanties deden zo te zien wat tot hun takenpakket hoorde, maar ook niet meer dan dat.”

 

 

Joods eigendom onteigend

Tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog verloren Joodse inwoners hun rechten. Dat gold ook voor ongeveer 300 Joodse inwoners van Delft. Met een reeks maatregelen werd Joden alles afgepakt wat zij bezaten voordat zij werden afgevoerd naar vernietigingskampen. Joodse eigenaren moesten hun huizenbezit inclusief hypotheken verplicht laten inschrijven. Daarna hadden ze er geen enkele zeggenschap meer over. Beheerders verhuurden of verkochten het onroerend goed, vaak aan NSB-sympathisanten.

Uit dit nieuwe onderzoek blijkt dat er in totaal 32 verschillende Joodse eigenaren waren, die samen 73 kadastrale panden en 16 percelen grond in Delft bezaten. De helft van deze eigenaren heeft de oorlog overleefd, de andere helft is vermoord. De gemeente Delft heeft tijdens de oorlog geen onteigende Joodse woningen gekocht, wel vijf percelen land van twee Joodse eigenaren die door de Duitse bezetter gedwongen waren hun bezit te verkopen. Over deze percelen vond in 1948 met een schikking rechtsherstel plaats.

Rechtsherstel

Na de oorlog maakte de Nederlandse regering de onteigeningen ongedaan. De rechtmatige eigenaar kreeg het onroerend goed met terugwerkende kracht weer in bezit. De eigenaar had recht op alle huur- en pachtinkomsten vanaf het moment van onteigening, maar was ook verantwoordelijk voor de gemaakte kosten aan afgeloste hypotheken, onderhoud en gemeentelijke belastingen. De regeling was gericht op herstel, niet op compensatie. Wanneer een rechtsherstelprocedure was afgerond, betrof dat een administratieve correctie: administratief rechtsherstel, niet automatisch moreel rechtsherstel.

Het rechtsherstel volgde daarmee de landelijke regels. Het duurde vaak jaren – soms tot tien jaar toe – voordat rechtsherstel was verleend. De inning van lokale belastingen ging al die tijd gewoon door. Het lijkt erop dat net als in andere steden ook hier de gemeentelijke (belasting)portefeuille leidend was. Zover nu bekend voelde de gemeente geen enkele noodzaak om eventueel ontstane belastingschulden kwijt te schelden en voerde zij dus een strikt juridische redenatie. Dit in tegenstelling tot het Rijk, dat in bepaalde gevallen wel de onroerendgoedbelasting kwijtschold.

Les voor de toekomst

Het rapport geeft een feitelijk beeld van de situatie na de oorlog en een pijnlijke inkijk in hoe het strikt toepassen van de regels leidde tot schrijnende situaties. Wethouder Martina Huijsmans, verantwoordelijk voor het onderzoek: “Deze feiten uit het verleden vragen om reflectie vandaag. Met intens verdriet denken wij terug aan de Delftenaren die zijn weggevoerd. Het college betreurt de inzichten die het onderzoek ons geeft ten zeerste. Het gaat over zwarte bladzijden in de Delftse geschiedenis die veel pijn blijven veroorzaken. We kunnen er niet genoeg bij stilstaan. Dit onderzoek naar het onteigende Joods onroerend goed beschouwen wij als een waardevolle les voor de toekomst. Een les waar we elkaar als bestuur, organisatie en als stad aan moeten blijven herinneren. Dit alles in de hoop dat de geschiedenis zich nooit zal herhalen.”

 

Onderzoeksrapport

Het volledige onderzoeksrapport en de complete bijlagen vindt u hieronder.

Gemeentelijk beleid tav Joods onroerend goed – eindverslag

Bijlage A – Joods onroerend goed Delft in WO 2

bijlage B – Overzicht Joodse huis- en grondeigenaren Delft

bijlage C – Zeven casussen

bijlage D – Bronnenoverzicht

 

Een samenvatting vindt u via deze link:

https://delft.raadsinformatie.nl/document/11245069/1/Onderzoek_Joods_vastgoed_samenvatting_%28003%29

 

Inloggen
Share
Tweet
Share