De Leidschendam – Stadsarchief Delft
De windassen van de Leidschendam op een kaart van Coenraet Oelenz, 1555 (TMS 119502)

De windassen van de Leidschendam op een kaart van Coenraet Oelenz, 1555 (TMS 119502)

6 januari 2019:

De Leidschendam

De Schie en de Vliet vormden samen de economische levensader van Delft. Ze waren al sinds het ontstaan van de stad van essentieel belang voor de aan- en afvoer van water, goederen en mensen. Het was dan ook geen wonder dat Delft zeggenschap wilde hebben over deze waterwegen. Aan de Maasmond bezat de stad al sinds 1389 een sluis en een haven, waardoor de toegang tot de zee verzekerd was. Voor controle over de Vliet moest langer worden gestreden.

De waterweg tussen Delft en Den Haag werd al in de dertiende eeuw druk gebruikt. In theorie kon je over de Vliet ook naar Leiden varen en vandaar via het Haarlemmermeer naar Haarlem en Amsterdam of via de Oude Rijn naar Utrecht. Maar er lag een belangrijke hindernis tussen: de Leidschendam. Die vormde de waterscheiding tussen de hoogheemraadschappen van Rijnland en Delfland. Kleine bootjes kon je via een windas over de dam trekken, maar van grotere schepen moest je de lading overladen op schuiten aan de andere kant. Bovendien moest je tol betalen aan de eigenaar van de dam, aanvankelijk de familie Van Wassenaar, later de Van Naaldwijks en de Van Arenbergs.

In 1489 bemachtigde Delft in eendrachtige samenwerking met dameigenaar Hendrik van Naaldwijk een vergunning van Delfland om een sluis te bouwen. Dit was niet het einde maar het begin van een eeuwenlange strijd. Gouda en Dordrecht wilden namelijk niet dat er een doorgaande vaarroute van de Maas via Delft en Leiden zou ontstaan. Zij hadden er belang bij dat de scheepvaart aangewezen bleef op de traditionele route via de Hollandse IJssel en de Gouwe. In januari 1492 namen Dordrecht en Gouda het recht in eigen hand. Zij stuurden honderden werklui naar de Leidschendam om het bijna voltooide werk kort en klein te slaan.

Elke keer als het werk werd hervat en een eind was gevorderd, grepen Gouda en Dordrecht in. Was het niet met geweld, dan wel via de rechter. Juristen hebben kapitalen verdiend met alle processen die de steden voerden over de Leidschendam. Zelfs toen Delft in 1580 de Leidschendam wist te kopen van de familie Van Arenberg, was het pleit nog niet beslecht. Pas in 1648 kon daadwerkelijk een sluisje worden aangelegd. Het was klein, maar beter iets dan niets.

Inloggen
Share
Tweet
Share
+1