De zieke kwakzalver – Stadsarchief Delft
Register van vergunningen voor activiteiten op de kermissen te Delft en Delfshaven, 1722-1808 (Archief 1, inv.nr 4255)

Register van vergunningen voor activiteiten op de kermissen te Delft en Delfshaven, 1722-1808 (Archief 1, inv.nr 4255)

19 oktober 2018:

De zieke kwakzalver

De Delftse kermissen waren vanouds gekoppeld aan de jaarmarkten rond Sint-Odulfus (12 juni) en Sint-Gillis (1 september). De eerste viel in de Middeleeuwen samen met de Grote Ommegang. Dat was de processie die sinds 1327 jaarlijks werd gehouden met het beeld van Maria van Jesse uit de Oude Kerk. Sinds 1573 hadden de calvinisten het voor het zeggen en werden katholieke activiteiten verboden. De missen en processies verdwenen, wat bleef waren de jaarmarkten en kermissen.

Wie op de kermis wilde staan, moest daarvoor een vergunning aanvragen. Dat gaf het stadsbestuur de mogelijkheid ongepaste attracties te weren en te zorgen dat alles ordelijk verliep. Bovendien leverde het verhuren van standplaatsen geld op. De opbrengst was bestemd voor de armenzorg, die altijd geld tekortkwam.

Er is een register bewaard gebleven waarin over de periode 1722-1808 is genoteerd waarvoor vergunningen zijn afgegeven. Het geeft een goed beeld van wat er zoal op de Delftse kermis te beleven viel. Er was toneel, theater en muziek op allerlei plaatsen in de stad. Er stonden goochelaars, acrobaten en koorddansers. Matthijs Oploo mocht drie kinderen hun kunsten ‘met springen’ laten vertonen, maar niet later dan negen uur ’s avonds. Je kon naar dansende aapjes, een berengevecht of een Westindisch varken gaan kijken. Natuurlijk waren er zogenaamde spelingen-der-natuur, zoals dwergen en reuzen, een kind zonder armen en een veertien maanden oude baby van honderd pond.

Omgekeerd konden bezoekers ook zien hoe de mens de natuur naar zijn hand kon zetten. Uitvinders pronkten met bijzondere uurwerken, deden spectaculaire proeven met elektriciteit of maakten vuurwerk zonder kruit en damp. Leerzaam waren ook de maquettes van gebouwen in verre landen of de wassen beelden van beroemde personen die geen Delftenaar ooit in levenden lijve zou ontmoeten, zoals de tsaar van Rusland of de keizer van China. Uiteraard ontbraken de kwakzalvers niet. Indrukwekkende titels en exotische namen moeten velen hoop op genezing hebben gegeven, maar enig wantrouwen was op zijn plaats. De Venetiaanse genezer met de veelzeggende naam Bona Fides (Latijn voor Goed Vertrouwen) Vitali mocht zijn werk alleen doen onder toezicht van de Delftse medici. En Christiaen Kerckhooven, die in 1726 vergunning kreeg om geneeskrachtige zalven te verkopen, kwam niet opdagen – hij was ziek.

Inloggen
Share
Tweet
Share