Miljoenenoogst – Stadsarchief Delft

Miljoenenoogst

29 september 1945

Delftenaren staan deze week urenlang in de rij. Ze dragen portemonnees bij zich met al hun papiergeld erin. Briefjes van 100 gulden hebben ze eerder al gebracht, nu moeten ook de briefjes en ‘bonnen’ van 1, 2½, 5 en 10 gulden eraan geloven. De hele geldhandel wordt gesaneerd. Wie veel inlevert, wordt met een scheef oog aangekeken. Is dat eerlijk verdiend of het resultaat van zwarte handel?

Geldsanering
Hun papiergeld is vanaf 26 september niets meer waard, Nederland krijgt nieuwe bankbiljetten. Deze sanering moet de verhouding tussen geld en goederen weer op orde brengen. Tijdens de oorlog drukte de bezetter steeds geld bij om de eigen schulden te kunnen betalen. Al dat geld heeft de prijzen opgedreven, daar spreekt heel Delft schande van. Aan de Geerweg kosten sigaretten 4 gulden per stuk, in de binnenstad vragen cafés soms meer dan 12 gulden voor een borrel! Het lijkt alsof het land rijk is, maar dat is slechts schijn. Of zoals minister van financiën Piet Lieftinck zegt: We zijn ‘zoo berooid als niemand voor mogelijk had gehouden’.
Lieftinck zat tijdens de oorlog als politiek gijzelaar in Sint-Michielsgestel, en daar broedde hij al op een plan om de economie grondig te hervormen. De staat moet weer zicht krijgen op alle geldstromen, vooral ook om de zwarthandelaars te dwarsbomen. Aan zwarthandel deed trouwens iedereen, dat was gewoonweg de manier om tijdens de oorlog aan bepaalde luxeproducten te komen. En in de Hongerwinter ook aan basisproducten. Dat neemt niet weg dat juist in die periode sommige mensen ontstellend rijk zijn geworden door de woekerprijzen die ze vroegen.

Nog biljetten van 10 gulden in huis? Vanaf nu allemaal waardeloos. (Anefo, Nationaal Archief)

Tientje van Lieftinck
Eind september treedt het plan van Lieftinck in werking. Tijdens de zogenoemde inleverweek mogen Delftenaren maximaal 300 gulden per persoon naar de bank brengen. Dat geld gaat op een geblokkeerde rekening en kan pas na controle weer opgenomen worden. In de foyer van de Stads Doelen zien Delftenaren hun contante geld in grote blikken trommels verdwijnen en kunnen zij voor 10 gulden nieuw geld aanschaffen, het beroemde ‘tientje van Lieftinck’. Dat is dus niet gratis. Werkgevers wordt zelfs gevraagd hun arbeiders een voorschot te verlenen als zij geen 10 gulden hebben om meteen zo’n set nieuw geld aan te schaffen.
De banken draaien overuren. Wie nog geen bank- of girorekening heeft, moet er nu eentje openen. Dat leidt tot lange rijen op de Oude Delft, waar de meeste bankfilialen zitten zoals de Bondsspaarbank en Firma R. Mees & Zoonen. Op 24 september moet de politie inspringen als er onrust dreigt te ontstaan bij de Middenstandsbank. Alles bij elkaar is het een ongekende operatie. Veritas berekent dat er alleen in Delft al twee weken lang dagelijks een half tot een miljoen gulden per dag wordt aangeboden en kopt dan ook: ‘een millioenen-oogst in Delft’.

Oproep tot inlevering van al het papiergeld in Delft, van 26 september t/m 2 oktober 1945. (653 Gemeentesecretarie, inv.nr 4539)

Engelse bankbiljetten
De hoeveelheid geld is indrukwekkend, zeker als je bedenkt dat in juli alle briefjes van 100 gulden al ongeldig waren verklaard. Volgens de katholieke Delftse krant De Toekomst leidde dat toen tot grote paniek onder de woekeraars. Wie maar kon, probeerde zijn zwart verdiende geld wit te wassen. Het leidde onder meer tot een run op de donderdagse veemarkt, waar lammetjes voor drie keer de prijs van de hand gingen en mensen hun ‘zwarte’ honderdjes verkochten voor 50 gulden per stuk. Dat verrassingseffect blijft ditmaal uit. Het dwarse weekblad De Prinsestad moppert daarom dat de actie te laat komt: de echte zwarthandelaren hebben allang hun maatregelen genomen.
De regering beseft ook wel dat de sanering rijkelijk laat is. De uitvoering kon echter niet eerder plaatsvinden. Er is domweg te weinig papier beschikbaar om al het Nederlandse geld in één klap te vervangen. Het geld moet daarom in Londen gedrukt worden. Zodra die bankbiljetten er eenmaal zijn, houdt de minister trouwens de hand stevig op de knip. De speciaal opgerichte Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) controleert alle rekeningen op woekerwinsten en op achterstallige belastingplicht. Als alles in orde is, kan de rekeninghouder weer geld opnemen. Voor sommige Delftenaren duurt het jaren voordat ze hun ingeleverde kapitaal terugzien, pas in 1952 is de geldzuivering volledig afgerond.

De geldsanering wordt wel vergeleken met de ‘gewone’ zuivering, waar in het Armamentarium nog steeds vele mannen en vrouwen op wachten. Een enkeling weet het verblijf daar iets te verkorten. Daarover meer in het volgende Bevrijdingsbulletin – vanaf 6 oktober op de website.

Ga hier naar alle Bevrijdingsbulletins.

Inloggen
Share
Tweet
Share