Het Delftse model – Stadsarchief Delft
Tekening van de Charitas of Liefdadigheid, naar het beeld boven de deur van de Kamer van Charitate in de Schoolstraat. (TMS 116615, uit archief 447, inv.nr 187)

Tekening van de Charitas of Liefdadigheid, naar het beeld boven de deur van de Kamer van Charitate in de Schoolstraat. (TMS 116615, uit archief 447, inv.nr 187)

Bedelingsbriefje voor Huijbert Stoffelsz, schoenlapper aan de Geerweg. Het is ingeleverd na de dood van zijn kind, met dank aan de charitaatmeesters voor de ondersteuning. (Archief 447, inv.nr 1387)

Bedelingsbriefje voor Huijbert Stoffelsz, schoenlapper aan de Geerweg. Het is ingeleverd na de dood van zijn kind, met dank aan de charitaatmeesters voor de ondersteuning. (Archief 447, inv.nr 1387)

22 juli 2019:

Het Delftse model

Het jaar 1614 is een mijlpaal in de ontwikkeling van de Delftse armenzorg. Sterker nog: wat hier tot stand komt, wordt in tal van andere steden nagevolgd en krijgt een plaats in de geschiedenisboeken als het Delftse model.

Sinds 1597 werken de kerkelijke diaconie en de door het stadsbestuur aangestelde Heilige-Geestmeesters al samen in de Kamer van Charitate. Zij hebben de zware en naar later blijkt onmogelijke taak om armoede en bedelarij te voorkomen. Dat proberen zij door hulpbehoevenden werk te verschaffen, met name in de textielsector. Het aantal armen is echter veel te groot om daar een plaats te vinden. Bovendien zijn de verdiensten er zeer laag en is niet iedereen in staat om te werken. Daarom wordt zo nodig aanvullende hulp in natura gegeven, zoals roggebrood of turf, en in het uiterste geval krijgen armen toch een bedelvergunning.

Het preventiebeleid mislukt en de Kamer van Charitate ontwikkelt zich onbedoeld tot een derde bedelingsinstantie, naast de diaconie en de Heilige Geest – en alle drie verkeren zij in financiële problemen. In 1614 zet het stadsbestuur een drastische stap. De lasten van de diaconie en de Heilige Geest worden overgenomen en volledig ondergebracht bij de Kamer van Charitate. De stad wordt verdeeld in zes overzichtelijke wijken met elk één diaken en één charitaatmeester. Zij houden in de gaten wie hulpbehoevend is of (weer) op eigen benen kan staan. Wie naar hun oordeel voor steun in aanmerking komt, krijgt een bedelingsbriefje waarmee hij of zij zich eens per week kan vervoegen bij de Kamer van Charitate in de Schoolstraat. Daar verstrekken de diakenen op zaterdag uitkeringen aan de lidmaten van de gereformeerde en de Waalse kerk. De charitaatmeesters bedienen op woensdag de overige behoeftigen. Vanaf 1692 wordt ook de maandag een uitdeeldag, speciaal voor soldatenvrouwen.

Inloggen
Share
Tweet
Share