Straatjongeren – Stadsarchief Delft

Straatjongeren

23 juni 1945

‘Als je GVD niet gauw doorloopt, gooien wij je dood.’ De heer Visser, ambtenaar bij Openbare Werken, krijgt een paar stenen naar zijn hoofd als hij langs de bunker aan de Tweemolentjesvaart bij de Oostsingel loopt. De daders? Geen doorgewinterde criminelen, maar een stelletje schooljongens. De politieagent die de melding krijgt, is niet verbaasd. Collega’s zijn eerder die avond al langsgegaan, en de dag daarvoor óók al. Agenten hebben er deze lange zomerdagen bijna een dagtaak aan om jongeren in het gareel te houden. De rem lijkt eraf. Na vijf jaren repressie zoeken – vooral – jongens steeds vaker de confrontatie. In de dag- en nachtrapporten van de politie wemelt het van de baldadige jeugd. Ze maken ongepaste opmerkingen, stoken vuurtjes en slopen openbare bezittingen. Verlaten bunkers zijn favoriet, maar ook leegstaande schoolgebouwen zijn een terugkerend doelwit. Ter vergelijking: in juni 1939 stonden jongens soms te vissen op een plek waar dat niet mocht of pakte de politie een bal af.

Brandhout
Een deel van het vandalisme komt voort uit de schrijnende situatie bij de jongeren thuis. Er is weinig eten en ook aan brandstof is nog steeds gebrek. Het schooieren van de laatste oorlogsmaanden is voor velen een tweede natuur geworden. Jongens tippen elkaar over aardappelschuiten waar misschien iets te bietsen valt en over leegstaande panden die brandhout opleveren. Zo sloopt een stel jongens onbewoonbaar verklaarde huisjes in de Pieterstraat, iets wat hun ouders ook doen. De 12- en 13-jarige Frans en Jaap worden op een avond tegen middernacht op de Houttuinen gesnapt met een gestolen balk. De ouders van Jaap blijken wegens ondervoeding in het gasthuis te liggen; de jongens krijgen een boze preek en worden daarna naar huis gebracht. Ook de 11-jarige Arnold Willem komt er met een vermaning vanaf als hij op klaarlichte dag een deur steelt uit de school aan de Raamstraat, hoek Nieuwe Schoolstraat.

Kinderen maken van lege kaakblikken vlotten om in de gracht te varen, foto Van der Reijken (TMS 11669)

Straatvertier
Jongeren zijn veel op straat en vermaken zich met wat ze daar tegenkomen. Dat is lang niet altijd destructief. Kleuters spelen in de ‘zandbakken’ die zijn ontstaan doordat legervoertuigen de straat hebben kapotgereden. De vele kaakblikken die van de voedseluitdeling overblijven, worden tot een vlot omgebouwd of tot een trommel. En verder hangen veel jongeren rond bij de Nieuwelaan waar de Canadese militairen verblijven. Je weet maar nooit of iemand kauwgom of een stukje chocola uitdeelt.
Er komt meer bij de militairen vandaan. Kok (12) en Jan (15) stoken op een middag een vuurtje in de schuilkelder bij de Soendastraat. Dat wil wel, zeker als ze er een stel patronen bij gooien. Bij de overbuurvrouw gaat een ruit aan diggelen. Dat de jongens patronen hadden, is niet zo’n verrassing. Er wordt regelmatig munitie afgeleverd bij het politiebureau. Ook lichtkogels raken nogal eens kwijt. Op 6 juni brengen drie jongens zo’n gevonden lichtkogel met een lucifer tot ontploffing. Zij houden er brandwonden en een kapotte lip aan over, een 10-jarig meisje dat staat te kijken raakt ernstig gewond aan haar been.

Jongen sloopt hout langs de spoorbaan, op de achtergrond molen De Roos, foto Filmdienst der Binnenlandse Strijdkrachten Delft (NIOD)

Lanterfanten
Jongeren vervelen zich. Hun scholen zijn vaak al sinds de Hongerwinter dicht en gaan ook nu nog lang niet allemaal open. De gebouwen zijn nodig voor de Canadese militairen, voor voedseluitdeling en – vanaf juni – voor de opvang van gerepatrieerden. Als er wordt aangekondigd dat alle leerlingen daarom een extra lange zomervakantie krijgen, leidt dat tot gemor. Een lezer stuurt een ingezonden brief naar de krant waarin hij verklaart dat de leerkrachten het er niet mee eens zijn omdat de kinderen nu wel ‘genoeg gelanterfant en op straat rondgehangen’ hebben. De brief vindt geen gehoor. Niet alleen de scholen blijven langer dicht, ook het eindexamen wordt geschrapt – zoals we nu weten een maatregel die sindsdien nog maar één keer is ingezet.
Heel af en toe is er een verzetje, bijvoorbeeld als de straten versierd worden voor een volksfeest. De politie richt zich vooraf in de krant tot de jongeren die mogelijk de boel gaan slopen: ‘Welnu kinderen van Delft, wil jelui dat vooral ook zelf niet doen? Dus alle versieringen rustig laten zitten en niets kapot maken, dan wordt het voor allen een waar feest.’ Meer over dat feest in het volgende Bevrijdingsbulletin – vanaf 30 juni op de website.

Ga hier naar alle Bevrijdingsbulletins.

Inloggen
Share
Tweet
Share