Aansterken over de grens – Stadsarchief Delft

Aansterken over de grens

4 augustus 1945

Het lijkt wel zomerkamp. Op 2 augustus vertrekt een groep Delftse kinderen naar België, op 5 augustus staan jongens en meisjes op de Markt te wachten op de bus naar Denemarken. Er zitten dan al 200 kinderen in Goes en Vught. Een gewoon zomerkamp is het echter niet. De Delftse jeugd gaat mee op doktersadvies en verblijft bij gezinnen waar ze driemaal daags aan tafel kunnen. Want eten – daar draait het allemaal om.

Stevige maaltijd
Een krantenbericht enkele dagen later wemelt van de maaltijden en versnaperingen: bij aankomst in Brussel krijgen de kinderen een ‘stevige maaltijd’, en in Turnhout wachten Vlaamse pleeggezinnen hen op met ‘koeken en snoeperij’. Ongeruste ouders worden hiermee zoet gehouden. Zij hebben echter wel een andere zorg, want juist op dat moment breekt er polio uit in België. Hoewel dit een reden is om voorlopig geen nieuwe groepen naar België uit te zenden, blijven deze Delftse kinderen wel nog tot eind oktober bij hun gastgezinnen. Zover bekend leidt dat niet tot besmettingen.
De andere groep reist naar Denemarken waar Red Barnet (Redt het kind) begin augustus 500 Nederlandse uitzendelingen onderbrengt bij grote boerengezinnen. Een extra kind aan tafel is daar geen probleem. Hun verslag doet niet onder voor het Belgische verhaal. De kinderen komen ‘vol opgewektheid en zanglust’ in Groningen aan, waar ze overstappen op de trein en een ‘warm maal’ krijgen voorgeschoteld. Vanaf daar staan ze trouwens onder Deense leiding, ‘van wie veelen heel goed Nederlandsch spreeken’. Toch een prettige bijkomstigheid voor kinderen van 6 tot 12 jaar oud die na vijf oorlogsjaren opeens drie maanden naar het buitenland gaan. Hun ouders kunnen terecht bij de heer Veldhuyzen uit de Hof van Delftlaan die aanbiedt brieven aan pleegouders in het Deens te vertalen.

Uitdeling van de dagelijkse warme maaltijd via Kindervoeding in Delft, foto Menno Huizinga (NIOD)

Kinderuitzending
Het uitzenden van broodmagere kinderen is niet nieuw. Sinds het eind van de negentiende eeuw sturen maatschappelijke organisaties arme arbeiderskinderen naar het bos of de zee om aan te sterken. Tijdens de hongerwinter wordt de doelgroep vele malen groter: álle kinderen lijden honger, en hun ouders ook. Het Interkerkelijk Bureau voor Noodvoedselvoorziening (IKB) lenigt vanaf eind 1944 de ergste nood met onder andere Kindervoeding en Kinderuitzending. Het IKB verzorgt een dagelijkse warme maaltijd voor, op het hoogtepunt, ruim 6500 kinderen. Vanaf februari 1945 is het ook mogelijk om kinderen, onder het toeziend oog van de bezetter, uit te zenden naar gebieden waar de voedselvoorziening minder nijpend is. Er komen honderden aanvragen binnen. De eerste 35 kinderen reizen op 13 februari met een verhuisauto af naar Veendam en Muntendam; een paar weken later kunnen er nog eens 65 kinderen naar Noord-Friesland.

Na de bevrijding is de Kinderuitzending drukker met het terughalen van kinderen dan het uitzenden ervan. De vele kapotte wegen en bruggen en het intensieve militaire verkeer maken snelle terugkeer onmogelijk. Er zijn immers duizenden kinderen uit het westen naar het noorden en oosten gebracht. Wie wil reizen, heeft een permit nodig en zeker voor een hele groep kinderen is dat lastig te organiseren. De situatie is zo onoverzichtelijk dat alle kinderuitzendingen voorlopig worden opgeschort.

Kinderen verzamelen zich bij het Feyenoordstadion voor hun reis naar Zweden, fotocollectie Anefo (NA)

Zweden en Zwitserland
In de zomer neemt de Nationale Commissie voor Nooduitzending het stokje over van het IKB, dat de Kindervoeding per 1 augustus opheft. Er komen steeds minder kinderen langs voor een warme maaltijd. Dan is het zinvoller om de aandacht te richten op kinderen die baat hebben bij een langdurig verblijf elders. Dat kan nu ook weer, want het Militaire Gezag heft per 3 augustus het reisverbod op.
Na België en Denemarken zijn er in de daaropvolgende maanden uitzendingen naar Zweden, Engeland en Zwitserland – die laatste bestemming vooral voor kinderen met luchtwegklachten. Nu zou een maandenlange buitenlandse reis een belangrijke gebeurtenis zijn, in 1945 verschijnt er slechts af en toe een berichtje in de krant: ‘De kinderen uitgezonden naar Denemarken, Zweden en Zwitserland maken het best.’ Nederlandse contactpersonen ter plekke worden ingeschakeld als zich moeilijkheden voordoen. ‘Tot dusver was dit slechts in een enkel geval noodig.’ Daar moeten de ouders het mee doen. Hopelijk weegt de wetenschap dat hun kinderen voldoende kunnen eten op tegen de heimwee en ongerustheid.

Uitgezonden kinderen herinneren zich jaren later nog precies hoe het eten smaakte, maar ook welke nieuwe kleren ze kregen. Dat was in Delft al tijden niet meer voorgekomen. Daarover meer in het volgende Bevrijdingsbulletin – vanaf 11 augustus op de website.

Ga hier naar alle Bevrijdingsbulletins.

Inloggen
Share
Tweet
Share