Schade aan de Lijmfabriek – Stadsarchief Delft

Schade aan de Lijmfabriek

20 oktober 1945

Het is nu ruim vijf maanden na de bevrijding. Wederopbouw, handen uit de mouwen! Dat zou je verwachten, en dat zou iedereen ook wel willen. Maar het is nog steeds niet overal mogelijk om weer aan de slag te gaan. De ongeveer 300 arbeiders van de Lijm- en Gelatinefabriek bijvoorbeeld zijn nog niet allemaal aan het werk. Hun fabriek aan de Rotterdamseweg is in april door vertrekkende Duitsers verwoest.

Lanceerinstallatie
De Lijm- en Gelatinefabriek is al dicht sinds februari 1945. Op dat moment vorderen Duitse militairen het complex om er een V1-lanceerinstallatie te bouwen. Vanaf hier worden ‘vliegende bommen’ richting Londen gelanceerd. Een paar maal gaat het mis. Er ontploft een V1 op de startbaan en een andere belandt in de Schie. Die laatste bom gaat niet af en wordt in september onder grote belangstelling uit het water gevist. Het levensgevaarlijke werk staat onder leiding van geallieerde militairen, maar wordt gedaan met hulp van Delftse gevangengenomen NSB’ers.
Tijdens de lichting ligt het scheepvaartverkeer in de Schie stil. Delftenaren in een straal van 300 meter moeten hun huizen verlaten, en tot 600 meter moeten zij de ramen en deuren openzetten. De schokgolf van de eventueel ontploffende bom kan ruiten tot op die afstand laten springen. Ten zuiden van de fabriek ligt nog niet zoveel bebouwing, in het noorden reikt het advies tot aan De Porceleyne Fles. Zo’n waarschuwing wordt serieus genomen. Glas is schaars, daar neem je geen risico mee.

Verwoeste lanceerinstallatie van V1-wapens op het terrein van de Lijm- en Gelatinefabriek, 1945, filmdienst Binnenlandse Strijdkrachten Delft (NIOD)

Kapotte ruiten
Het is zelfs zo bar dat in de oorlog kapotgeschoten ruiten nog lang niet allemaal vervangen zijn, ook niet bij de Lijm- en Gelatinefabriek. Op 1 oktober doet de directie voor de zoveelste keer een poging bij Openbare Werken. De gebouwen moeten glasdicht zijn voordat er weer gewerkt kan worden. De gelatine zou ‘in de leidingen en reservoirs opstijven’, de apparaten raken beschadigd en de waterleidingen bevriezen in de winter. Kortom, de gelatine-afdeling kan niet leveren. En dat terwijl er juist nog wel wat voorraad is óm te produceren. Een flink deel hiervan is bestemd voor de export. Dat is goed voor de Nederlandse economie en het zorgt er ook voor dat alle arbeiders weer aan de slag kunnen. Bij de brief zit een vier pagina’s lange opsomming van de glasschade. De inwekerij, de kalkerij, de timmerloods, de meeltunnel – overal zijn de ruiten kapot.
Slechts mondjesmaat komt er iets binnen. In september meldt de krant dat er een eerste zending glas onderweg is: 60.000 m2 vlakglas. Dat is voor het hele land, waarbij geschat wordt dat er dit jaar 12.000.000 m2 nodig is. Daarvan is nu dus 2 procent beschikbaar. Dat is slecht nieuws voor de Lijm- en Gelatinefabriek, maar ook voor Delftenaren die al maandenlang in de kou zitten. Ook zij proberen een vergunning voor een glasplaat te krijgen. Susanna van Blitterswijk-Timp aan het Bagijnhof vraagt om een ruitje voor de kinderslaapkamer: ‘de regen slaat naar binnen en ik heb ook geen hout om ervoor te doen’. In de Simonsstraat heeft L.J.  van der Reijken ‘last van tochten’ vanwege een kapot slaapkamerraam. Hij verzoekt een vergunning, zeker nu de winter eraan komt.
De mensen van Openbare Werken kunnen niet veel anders dan de dringende oproepen doorgeven aan de Algemeen Gemachtigde voor de Wederopbouw en de Bouwnijverheid. Schaarse middelen moeten over het hele land verdeeld. Voor iedere baksteen en voor iedere glasplaat is toestemming nodig. Gebouwen met oorlogsschade hebben daarbij voorrang.

Glas in lood
En dan te bedenken dat de situatie in Delft nog niet eens nijpend is. Hier doet Nederlands Volksherstel juist oproepen om glas te doneren voor het verwoeste Warnsveld bij Zutphen. Onder het motto ‘geen ruit te groot, geen ruit te klein’ kunnen Delftenaren al hun overtollig glas inleveren. Desnoods kleine stukjes, daar kan glas in lood van worden gemaakt. Solidair en inventief, maar de inbreng van tuinders uit de omgeving zet vermoedelijk meer zoden aan de dijk. Vanuit geheel Zuid-Holland stellen zij gezamenlijk 300.000 m2 vensterglas beschikbaar voor de geteisterde gebieden – dáár kunnen tenminste meteen wat ruiten mee vervangen worden.

Van geheel andere orde is de zorg voor zogenoemde ‘tijdelijk ouderloze kinderen’ die in oktober op de agenda staat. Daarover meer in het volgende Bevrijdingsbulletin – vanaf 27 oktober op de website.

Per ongeluk in de Schie terechtgekomen V1 wordt in september 1945 gelicht, foto Tiemen van der Reijken (91785)

Ga hier naar alle Bevrijdingsbulletins.

Inloggen
Share
Tweet
Share