Kind van ‘foute ouders’ – Stadsarchief Delft

Kind van ‘foute ouders’

27 oktober 1945

Delftenaren zien dit najaar regelmatig oproepen in de krant om aangifte te doen van oorlogspleegkinderen. Na de hectiek van de eerste naoorlogse maanden is duidelijk welke ouders wel en niet zijn teruggekomen. Het is tijd om voor hun kinderen een vaste nieuwe plek te zoeken. De oproep geldt niet voor zogenoemde ‘tijdelijk ouderloze kinderen’, oftewel: kinderen van collaborateurs en NSB’ers. Voor hen gelden andere regels.

Onderdak gezocht
Leden van de NSB zijn vrijwel allemaal direct na 5 mei opgepakt en opgesloten. Voor tientallen Delftse kinderen betekent dit dat hun beider ouders voorlopig uit zicht zijn. En dat van de ene op de andere dag. Wie geluk heeft, wordt door familie opgenomen of kan bij een bevriend gezin terecht. Zoveel geluk heeft de 14-jarige Daan uit de Vlamingstraat niet. Zijn vader is in Duitsland, zijn moeder zit in het Armamentarium en zijn opa wil hem niet in huis nemen. De politie regelt een ander adres voor hem.
Er komen meer kinderen bij de politie terecht. Wanneer de 16-jarige Cornelis Pieter in juni terugkomt van de arbeidsinzet uit Duitsland blijken zijn ouders opgesloten te zitten, en is het ouderlijk huis leeggehaald door de Binnenlandse Strijdkrachten. Hij verblijft een paar dagen beurtelings in een cel op het politiebureau en in het Armamentarium. Daarna gaat hij naar het Gereformeerde Weeshuis aan de Oude Delft. Dat dit een tijdelijke oplossing is, blijkt twee maanden later. Dan staat hij met zijn 13-jarige zusje weer bij het politiebureau, samen met de burgemeester van Pijnacker. Die zit met de kinderen omhoog, aangezien de pleegmoeder waar ze verbleven plotseling vertrokken is. De politie zoekt nu een plek in een kindertehuis, waar meer lotgenoten terecht zijn gekomen.

De NSB belooft een mooie toekomst. Dat pakt voor kinderen van NSB’ers na 1945 heel anders uit. (Collectie NIOD)

Heropvoeding
Bureau Bijzondere Jeugdzorg zet in het hele land in op heropvoedingskampen voor kinderen van gedetineerde NSB’ers. Daar krijgen ze een ‘staatsopvoeding’ om van hun ‘nazi-ziekte’ te genezen, zodat ze na verloop van tijd weer als betrouwbare Nederlanders door het leven kunnen. Dat het daarbij vaak om jonge kinderen gaat die niets met de ideologie van de nationaalsocialisten te maken hebben, doet daar niets aan af. Zo’n speciaal heropvoedingskamp voor NSB-kinderen komt er niet in Delft. In oktober circuleren er wel plannen om Ons Huis, het verenigingsgebouw van de arbeidersbeweging aan de Oude Delft 201, als zodanig in te richten. Dat stuit op allerlei bezwaren en gaat uiteindelijk niet door.
De afdeling Kinderpolitie klopt daarom meestal aan bij een van de al bestaande instellingen, zoals het R.K. Weeshuis, het Gereformeerde Weeshuis of het Meisjeshuis. Het zijn kleinschalige huizen die doorgaans nog maar enkele weeskinderen intern verzorgen. De besturen kunnen niet altijd iets met de verzoeken of willen er gewoonweg niet aan. Meer kans op succes is er bij het Kinderhuis aan de Verwersdijk, dat sinds 1907 onderdak biedt aan kinderen die thuis even niet terecht kunnen. Dat zijn vooral kinderen van ‘minvermogende’ ouders die de zorg financieel of praktisch niet aankunnen. De directrice en haar helpsters zorgen altijd al voor praktische pedagogische hulp bij de opvoeding en kijken dus niet op van zo’n verzoek.

Kinderhuis
De ruimte in het Kinderhuis is alleen niet oneindig. Vanaf mei 1945 biedt het Noodkinderhuis vergelijkbare hulp aan; er zijn nu veel ontheemde kinderen in de stad. In oktober slaan de twee besturen de handen ineen. Het kost moeite om voldoende personeel te vinden, maar zodra dat er is gaan de kinderen van 0 tot 8 jaar naar Verwersdijk 63 en de oudere kinderen naar Koornmarkt 49. In totaal is er dan plek voor zo’n 85 kinderen. Dat betreft een bonte groep kinderen die om welke reden dan ook zorg nodig hebben. Er zitten kinderen van NSB’ers tussen, maar daar maakt het bestuur van het Kinderhuis geen aparte aantekening van. En zo hoort het natuurlijk ook: kinderen mag niet nagedragen worden welke keuzes hun ouders maken.
Het kan echter niet anders dan dat ook hier kinderen trauma’s hebben opgelopen. Uit een landelijk onderzoek in 2002 bleek dat veel kinderen van ‘foute ouders’ hun leven lang last houden van het etiket dat zij opgeplakt kregen. Als kind hebben zij de scheldpartijen en treiterijen van leeftijdsgenoten moeten verdragen. Tijdens hun jeugd leefden ze vaak in armoede omdat hun ouders niet zelden hun baan kwijtraakten. En tot slot hebben ze emotioneel geleden onder de al dan niet terechte schaamte voor hun ouders en het geheim dat ze vaak ook zelf liever niet aan anderen vertelden.

Meer Delftenaren doen oorlogstrauma’s op, zoals bijvoorbeeld de mannen en vrouwen die deze weken terugkeren uit voormalig Indië. Daarover meer in het volgende Bevrijdingsbulletin – vanaf 3 november op de website.

Het Kinderhuis houdt in 1939 een collecte op de Markt, foto Van der Reijken.

Ga hier naar alle Bevrijdingsbulletins.

Inloggen
Share
Tweet
Share