Delft helpt Indië – Stadsarchief Delft

Delft helpt Indië

3 november 1945

Guur herfstweer of niet, heel Delft loopt uit op 3 november. Overal in de binnenstad is wel iets te doen. Je kunt een ritje op een kameel maken, naar een gekostumeerde hockeywedstrijd op de Markt kijken of een kans wagen bij het rad van fortuin. De prijzen zijn op de tijdgeest afgestemd. Er zijn in ieder geval kinderkousen, en er gaan geruchten dat er zelfs fietsbanden te winnen zijn. En overal waar je maar kijkt zie je exotisch uitgedoste studenten met een collectebus. Ze halen geld op voor de ongeveer 50.000 berooide Nederlanders die deze weken uit de Japanse interneringskampen terugkomen. Delft geeft gul: ruim 50.000 gulden.

Uit de kampen
Iedereen kent dan ook wel iemand in Nederlands-Indië. Of beter wellicht: in Indonesië, zoals de archipel na de onafhankelijkheidsverklaring van Soekarno in augustus 1945 heet. De Nederlandse regering weigert te praten met onafhankelijkheidsstrijders. In het hierdoor ontstane machtsvacuüm zijn velen hun leven niet zeker. Er zijn opstootjes in Batavia en botsingen tussen Indonesiërs, Nederlanders en Japanners. ‘Het wordt mij bang om ’t hart’, zo laat minister-president Schermerhorn zich over de situatie uit. Berichtgeving wordt op de voet gevolgd.Eind september druppelen de eerste persoonlijke berichten uit Indonesië binnen. De verhalen uit de kampen zijn schrikbarend. Mannen, vrouwen en kinderen moesten vaak in afzonderlijke kampen op een hongerrantsoen zware arbeid verrichten, klappen opvangen en vernederingen ondergaan. Gezinnen zijn verscheurd, velen hebben familieleden verloren. Oud-stadgenoot W. Leertouwer schrijft in de krant over zijn ervaringen onder de Japanse bezetting. Hij heeft op vele plekken gevangen gezeten en belandde uiteindelijk in een kamp in Thailand. Dag en nacht zware arbeid, nauwelijks eten en onbeschut tegen de elementen: ‘mijn eenige kleeding was een schaamlapje en ik ging op bloote voeten’. Hij laat zijn familie nu weten gezond te zijn en te wachten op vervoer naar Java. Over de eventuele problemen die hij als Nederlander ondervindt van de op handen zijnde revolutie laat hij zich niet uit.

Alles wordt uit de kast gehaald om Delftenaren gul te laten geven bij de actie ‘Nederland helpt Indië’ op 3 november 1945, foto Van der Reijken

Familiebericht
Gedurende de oorlog is er nauwelijks tot geen contact geweest met familieleden. Reizen over en weer is uitgesloten. Een hereniging komt iets dichterbij als de KLM de lijnvlucht met Batavia weer opstart. Deze vliegverbinding bestaat al sinds 1930, maar directeur Albert Plesman kondigt in oktober aan er een dagelijkse vlucht van te willen maken. In de te gebruiken Douglastoestellen is telkens plek voor 41 passagiers; na vier dagen zullen zij op de plek van bestemming zijn. Voorlopig is dit nog voor de happy few, gebruikelijker is een bootreis. Ook die komen in oktober weer op gang; het eerste passagiersschip sinds vijf jaar vertrekt naar Indonesië. Er kunnen dus weer mensen náár de koloniën. In Delft wordt juist uitgekeken naar wie er terugkomt.
De radioverbinding met Indonesië is midden oktober weer zo goed en zo kwaad als het kan hersteld. Ex-geïnterneerden en ex-krijgsgevangenen krijgen daarom de mogelijkheid om eenmaal een telegram naar familie in Nederland te sturen. Er is geen plek om uit te wijden: maximaal vijftien woorden en het mogen alleen familieberichten zijn. De geadresseerde mag één antwoord van ook weer maximaal vijftien woorden terugzenden.

Kleinzoon
De toegenomen communicatie is zichtbaar in Delft. Familieadvertenties in Veritas laten opeens weer meer nieuws uit Indonesië zien. De krant van 5 oktober is in dat opzicht een droevig dieptepunt: liefst drie rouwadvertenties van Delftse mannen die al in 1943 zijn overleden in verschillende interneringskampen. Een dag later is de stemming in de kolommen juist jubelend. De families Soetekouw en Brummer berichten opgelucht dat hun kinderen in Batavia het goed maken.
Nog de hele maand kunnen Delftenaren meeleven met de familieberichten uit Indonesië. Daar zit noodgedwongen een vertraging in, soms pijnlijk duidelijk in de omstandigheden. Want terwijl hier de voedselvoorziening weer redelijk op peil is, moet een zoon eind oktober berichten dat zijn moeder Gesiena in kamp Tjideng aan hongeroedeem is overleden. Ook vertraagd, maar vrolijker is de advertentie die de familie Mantel plaatst: ze hebben bericht gekregen dat hun kleinzoon en neefje Jan Willem in Buitenzorg is geboren. De boreling kan overigens al lang en breed lopen, hij is in 1942 ter wereld gekomen.

De onzekerheid in Indonesië zal nog geruime tijd duren. In Delft loopt een ander ‘machtsvacuüm’ binnenkort ten einde. Daarover meer in het volgende Bevrijdingsbulletin – vanaf 10 november op de website.

Officierskamer voor 39 man, kamptekening door H.J.D. Fremery, geïnterneerd van 1942 tot 1945 (collectie Museon)

Ga hier naar alle bevrijdingsbulletins.

Inloggen
Share
Tweet
Share