Tijdelijke gemeenteraad – Stadsarchief Delft

Tijdelijke gemeenteraad

10 november 1945

‘Een symbool van onze bevrijding’, zo roemt burgemeester G. van Baren de tijdelijke gemeenteraad die op 9 november voor het eerst in het openbaar bijeenkomt. De Duitse bezetter ontsloeg in 1941 de burgemeester en hief de raad op, maar nu krijgt het rechtsbestel opnieuw vorm. De ‘snoode plannen’ van de vijand zijn mislukt: de democratie bestaat nog. Het is een uitgelezen kans om oude patronen te doorbreken. Toch?

Doorbraak
Veel Delftenaren zien wel iets in de nieuwe doorbraakgedachte, die een einde maakt aan de verdeelde verzuilde politieke verhoudingen. Het is hún Delftse minister-president Schermerhorn die het initiatief neemt voor de Nederlandse Vrijheidsbond. Delft heeft een bloeiende afdeling, met Schermerhorn aan het hoofd. Tijdens zijn gevangenschap in Sint-Michielsgestel heeft hij gelijkgestemden gevonden, en zelfs koningin Wilhelmina hangt de doorbraakgedachte aan. Na de oorlog moet alles anders, getuige ook het motto van het kabinet: herstel én vernieuwing.
Vernieuwing is ook in de Delftse gemeentepolitiek noodzakelijk. Enerzijds omdat de ambtenarenzuivering nog in volle gang is, anderzijds omdat niet iedereen de oorlogsjaren overleefde. De katholieke wethouder Max Zomerdijk (RKSP) en de Joodse ondernemer R. Spanjaard (Vrijheidsbond) bijvoorbeeld zijn vermoord. Ook J.H. Rippe van de eenmansfractie Gemeentebelangen leeft niet meer. De laatste twee keerden zich met hun partijen al nadrukkelijk tegen de soms alles verlammende verzuiling.

De tijdelijke gemeenteraad komt op 9 november 1945 voor het eerst bijeen, foto Van der Reijken. (TMS 85115)

Verzuiling
Burgemeester Van Baren wil zich echter niet politiek uitspreken. Verkiezingen zijn niet mogelijk zolang het bevolkingsregister nog niet op orde is. Hij benoemt daarom vijf adviseurs die samen met hem een kiescollege samenstellen dat vervolgens een nieuwe tijdelijke gemeenteraad benoemt. Er is ruimte voor voormalige verzetslieden en er verschijnen nieuwe gezichten in het stadhuis, maar de onderlinge verhouding blijft onveranderd. Protestants-christelijk, katholiek, socialistisch of liberaal – dát zijn de lijnen waarlangs de nieuwe raad is samengesteld. Pas als de kiezer gesproken heeft, mag daaraan getornd worden.
Het altijd kritische weekblad De Prinsestad  hekelt de gang van zaken. De saamhorigheid uit de oorlogsjaren is blijkbaar alweer verdwenen. Dit is toch niet waar ‘onze soldaten en verzetslieden, onze zeelui en ondergrondsche strijders’ voor zijn gevallen? Zij vielen voor een ‘vrij en onverdeeld, een beter Nederland’. Zelfs het doorgaans gematigde Veritas moppert dat er niemand namens de nieuwe stroming in de raad zit. Het is wat al te voorzichtig om vast te klampen aan de vooroorlogse verhoudingen – dat speelt vooral de zittende confessionele partijen in de kaart.

‘Weg elke illusie’
De voorzitter van de Delftse ambtenarenbond, C.A. Barel, laat via een ingezonden brief zijn teleurstelling de vrije loop: ‘Niets veranderd, niets geleerd, niets begrepen, weg elke illusie.’ Of de lezers dat ook echt allemaal zo erg vinden, is nog maar de vraag. In de dagelijkse praktijk kiezen de meeste Delftenaren automatisch weer voor clubs die bij hun eigen zuil aansluiten. De christelijke jongelingsverenigingen, het socialistische Kunst aan het Volk en een katholieke voetbalvereniging als DHL zijn onverminderd populair.
Winkeliers proberen in de zomer van 1945 een vuist te maken door een gezamenlijke vereniging op te richten. Dat mislukt, net als de poging om van drie middenstandsverenigingen één handelsvereniging te maken. Het onderlinge wantrouwen blijkt te groot. Dat vasthouden aan het oude komt net zo goed bij jongeren voor. Plannen om voor het Delftsch Studenten Corps en Sanctus Virgilius één sociëteitscomplex in te richten, stranden al snel. Het komt er uiteindelijk op neer dat leden van het katholieke Virgilius en het protestants-christelijke SSR zich wel mogen aansluiten bij een ondervereniging van het Corps, maar alleen als ze ook dáár lid van worden.
Redacteuren van De Prinsestad zien het zuchtend en steunend aan. Vooral het onvermogen tot samenwerking van de winkeliers baart zorgen. De betrokkenen lijken blind voor de eisen van de moderne tijd. Delft heeft een sterke middenstand nodig wil het niet afglijden tot ‘een provincienest van den zoveelsten rang’.

Het klopt dat Delft zich opstelt als een enigszins belegen en ingeslapen provinciestadje, maar dan wel een waar in de scheikundige laboratoria op dat moment iets groots gebeurt. Daarover meer in het volgende Bevrijdingsbulletin – vanaf 17 november op de website.

Burgemeester G. van Baren en zijn echtgenote keren na gedwongen ontslag tijdens de oorlog op 6 mei 1945 terug in Delft, foto Van der Reijken. (TMS 10590)

Ga hier naar alle bevrijdingsbulletins.

Inloggen
Share
Tweet
Share