Strafvermindering – Stadsarchief Delft

Strafvermindering

9 februari 1946

Het proces van Neurenberg is nog in volle gang en de NSB-propagandist Max Blokzijl staat over enkele weken voor het vuurpeloton. De ter dood veroordeelde Delftenaar J. Breedveld dient juist een verzoek tot strafvermindering in. Zo’n aanvraag lijkt kansloos. Tot 8 februari 1946, als stadgenoten in de krant lezen dat zijn doodstraf wordt omgezet naar 18 jaar gevangenisstraf.

Psychiatrisch rapport
Breedveld is in september 1945 de eerste Nederlander die door het bijzonder gerechtshof ter dood veroordeeld wordt. Hij is een wat simpele scharrelaar die verschillende Joodse stadgenoten heeft verraden. Breedveld bijt ook het spits af bij de bijzondere raad van cassatie. Tijdens de eerste openbare zitting op 17 oktober staat zijn doodvonnis op de agenda. De verdediger voert onder meer aan dat de doodstraf onhoudbaar is omdat deze pas is ingevoerd ná het plegen van de strafbare feiten. Hierin gaat de raad niet mee, want dat zou betekenen dat niemand de doodstraf kan krijgen. Meer kans maakt de aanvraag voor een psychiatrisch onderzoek, aangezien de pleiter aangeeft dat de man nauwelijks wist welke gevolgen zijn handelen had, ‘hij is practisch analphabeet’.
De procureur-generaal blijft onverbiddelijk: voor ‘een dergelijk mensch’ is geen plaats ‘in eenige menschelijke gemeenschap’, daar is geen psychiatrisch rapport voor nodig. De raad van cassatie oordeelt anders. Het onderzoek komt er wel en leidt zelfs tot strafaanpassing. Breedveld heeft namelijk niet uit politieke overwegingen gehandeld, maar hij leidt aan debilitas mentis en wordt verminderd toerekeningsvatbaar geacht. De doodstraf wijzigt op 6 februari 1946 in de al genoemde gevangenisstraf van 18 jaar, waarvan 15 jaar in een Rijkswerkinrichting.

Dossier met de verschillende gratieverzoeken van de ter dood veroordeelde J. Breedveld. (Nationaal Archief)

Halfzacht beleid
In 1948 gaat de advocaat van Breedveld een stap verder. Hij vraagt de koningin om gratie, verwijzend naar het psychiatrisch rapport. De procureur reageert kortaf: Het feit dat de Delftenaar om gratie durft te vragen ‘is het beste bewijs dat hij die niet verdient’. Het advies aan de koningin is dan ook om het verzoek af te wijzen. Door ‘psychische defecten’ komt Breedveld niet voor de doodstraf in aanmerking, maar hij moet wel ‘zo lang mogelijk uit de maatschappij verwijderd’ worden. Bij het Ministerie van Justitie komt het antwoord op hetzelfde neer, maar klinkt er mededogen. Hij moet het later nog maar eens proberen.
Dat Breedveld later misschien meer kans heeft, is zeker waar. Het beleid wijzigt is zelfs begin 1946 al enigszins in beweging. Al kort na de eerste vonnissen oordeelt het kabinet Schermerhorn-Drees dat enkele tientallen doodstraffen voldoende moeten zijn. Daarna moet de samenleving gewoon weer verder kunnen. Zeker mannen en vrouwen die in de eerste golf veroordeeld worden, blijken bij nadere beschouwing relatief zwaar bestraft. De mogelijkheid om gratie te verlenen, moet hier de scherpe kantjes vanaf vijlen. De hoop bij veroordeelden leeft op als in 1948 koningin Juliana aantreedt. Het staatshoofd tekent slechts formeel de gratieverleningen, maar het is geen geheim dat zij milder oordeelt dan haar moeder Wilhelmina. Er wordt zeker in voormalige verzetskringen wel gemopperd over halfzacht beleid, maar dat verandert de teneur niet. Het komt erop neer dat na de oorlog in totaal 154 doodvonnissen worden uitgesproken, waarvan er 40 daadwerkelijk zijn voltrokken.

Gratie?
Dat alles betekent overigens niet dat iedereen ‘zomaar’ gratie krijgt. Zoals aangeraden dient Breedveld in 1949 opnieuw een verzoek in: hij is al 23 jaar ziek, zijn vrouw heeft hem verlaten en hij had nooit geweten dat zijn daden zulke ernstige gevolgen zouden hebben. Hij wil graag een nieuw leven beginnen. Helemaal onderaan staat zijn naam, het enige woord dat hij zelf heeft geschreven – de rest is van de hand van zijn advocaat. Experts geven advies en ook nu is de conclusie weer dat het gratieverzoek geen grond heeft.
De raadsman van Breedveld geeft niet op. In 1952 gaat een rechtstreeks verzoek naar de koningin waarin Breedvelds uitzonderlijke positie wordt aangekaart. Hij is ‘een van de eersten’ die door het bijzonder gerechtshof werd veroordeeld en zit al vanaf 5 mei 1945 in gevangenschap, telkens op een andere plek. Het klopt dat Breedveld dan al heel wat gevangenismuren heeft gezien: in Groningen, Breda en momenteel in Norg. De directeur van die laatste instelling omschrijft hem als ‘een zeer dom persoon, primitief ingesteld, die het met de waarheid niet al te nauw neemt’. Ook dit verzoek heeft geen succes.
In 1954 gaat er weer een verzoek naar koningin Juliana, nu vanuit gevangenis Oostereiland te Hoorn. De directeur komt met een gelijkluidende schets: ‘een domme man zonder enige ontwikkeling’ die zichzelf ‘geen politiek geval’ vindt. Toch krijgt Breedvelds verzoek eindelijk gehoor, maar mogelijk niet zoals verwacht. Juliana verleent hem geen volledige gratie, wel één jaar strafvermindering. Het dossier wordt nu gesloten, voor Breedveld kan het aftellen beginnen.

Voor zulke verzoening lijkt het in februari 1946 in Delft nog steeds te vroeg. Een stel studenten scheldt agenten uit voor landverraders. Daarover meer in het volgende Bevrijdingsbulletin – vanaf 16 februari op de website.

Een van de plekken waar de Delftenaar gevangen wordt gehouden: het Oostereiland te Hoorn. (foto K. Roderburg, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed)

Ga hier naar alle Bevrijdingsbulletins.

Inloggen
Share
Tweet
Share