Bron met verstrekkende gevolgen – Stadsarchief Delft
Brief van het hoofd van Openbare School nummer 8 over aanwezigheid Joodse leerlingen, 1941 (Archief 653, inv.nr 6685)

Brief van het hoofd van Openbare School nummer 8 over aanwezigheid Joodse leerlingen, 1941 (Archief 653, inv.nr 6685)

31 januari 2019:

Bron met verstrekkende gevolgen

Een archiefstuk is per definitie niet schuldig. Maar wat als het de weerslag is van een weerzinwekkende administratie? Het secretariearchief bevat diverse lijsten die tijdens de Tweede Wereldoorlog op last van de bezetter zijn gemaakt, zoals de opgave van Joodse artsen, Joodse onderwijzers en Joodse leerlingen.

In de zomer van 1941 beveelt het Departement van Opvoeding, Wetenschap en Cultuurbescherming alle onderwijsinstellingen een overzicht te sturen van de bij hen schoolgaande leerlingen. Joodse onderwijzers zijn dan al in kaart gebracht. Bij de start van het nieuwe schooljaar zijn zowel Joodse docenten als leerlingen niet meer welkom. Zij moeten naar aparte scholen.

Delft heeft een kleine Joodse gemeenschap. ‘Mijn school wordt niet door dergelijke leerlingen bezocht’, zo schrijft het hoofd van de Openbare Lagere School nummer 8 aan de Keurenaerstraat. Er zijn ook scholen die wel namen moeten insturen van leerlingen die na de zomer niet meer in de klas terugkeren. Onder meer de Delftsche Schoolvereeniging, Huishoud- en Industrieschool Rust Roest en Kleuterschool Bagijnhof starten met enkele kinderen minder. De Openbare ULO aan de Rotterdamseweg geeft twee namen door. Diezelfde school heeft al afscheid moeten nemen van de Joodse docent Maurits van Hoorn. Nu mogen ook zijn twee kinderen Emma en Berend niet meer naar school.

De onderwijzer regelt een plek voor hen op een Joodse school in Den Haag en komt daar zelf ook te werken. Dagelijks gaan zij vanaf hun woonhuis aan de Julianalaan met de tram naar Den Haag, de fietsen van Joodse Nederlanders zijn al gevorderd. Moeder Hilda van Hoorn-Katz vraagt nog om vrijstelling, maar die wordt haar niet gegund. De situatie voor Joodse burgers verslechtert met de dag: er verschijnen bordjes ‘voor Joden verboden’ in het straatbeeld en vanaf april 1942 dragen zij verplicht een gele ster. Op 5 maart 1943 moeten alle nog in Delft wonende Joden zich bij het politiebureau melden. De familie Van Hoorn behoort tot deze groep van dan nog ongeveer veertig Delftenaren. Zij worden vervoerd naar Westerbork, vanwaar zij doorreizen naar vernietigingskamp Sobibor. Kort na aankomst wordt het hele gezin op 26 maart 1943 vergast. Nee, de papieren zelf zijn niet schuldig. Maar na lezing blijft wel een heel naar gevoel hangen.

Inloggen
Share
Tweet
Share
+1