De buskruitramp van 1742 – Stadsarchief Delft
Kaart van de kruitfabriek en bijbehorende landerijen door Leendert Swemkoop, 1713 (TMS 123012)

Kaart van de kruitfabriek en bijbehorende landerijen door Leendert Swemkoop, 1713 (TMS 123012)

1 oktober 2018:

De buskruitramp van 1742

De Delftse Donderslag was toch in 1654? Ja, maar ook in 1742 werd Delft opgeschrikt door een enorme kruitexplosie. Die gebeurtenis is veel minder bekend.

In 1592 kreeg Moijses van Nederveen van het Delftse stadsbestuur toestemming om buiten de Waterslootsepoort een kruitmolen op te richten. Het bedrijf stond net over de grens van Delft in Vrijenban, ongeveer ter plaatse van de huidige Kogelgieterij. De daar gelegen Mosjesbrug over de Buitenwatersloot ontleent nog altijd zijn naam aan Moijses. In de kruitmolen werd met paardenkracht salpeter, zwavel en steenkool gemengd tot buskruit. Dit was een gevaarlijk proces, zo bleek al snel. In 1604 ontplofte de molen, maar Van Nederveen liet zich niet ontmoedigen en bracht het bedrijf tot grote bloei. Zijn kleinzoon Salomon van der Heul deed er nog een schepje bovenop. Hij wist munt te slaan uit de plotselinge behoefte aan oorlogstuig in het Rampjaar 1672. De Staten van Holland bekostigden de bouw van liefst vier nieuwe kruitmolens naast zijn eigen molen. Hij mocht ze exploiteren mits hij de hele productie aan de provincie leverde. Verder bedong hij het alleenrecht op de opslag van kruit voor de Staten, de Admiraliteit te Rotterdam en de Kamer Delft van de VOC. Voor die opslag bouwde hij een zware stenen toren met een gracht eromheen.

Na het overlijden van Salomon van der Heul in 1722 verkochten zijn erfgenamen het terrein aan de vermogende Amsterdamse gebroeders Hendrik en Nicolaas van Hoorn. De opstallen bleven eigendom van de provincie. In 1742 ontplofte een van de kruitmolens. Of er slachtoffers vielen, is niet bekend, maar de materiële schade was enorm.

Het stadsbestuur besloot onmiddellijk dat op deze plek nooit meer kruit mocht worden geproduceerd noch opgeslagen. De stad kocht het terrein van Van Hoorn en de opstallen van de provincie. De resten van de kruitmolens werden gesloopt en de opslagtoren, die de ontploffing ongedeerd had doorstaan, kreeg een nieuwe bestemming. Hier werden zwavel, pek en andere brandbare stoffen ondergebracht die eerder in militaire magazijnen binnen de muren waren bewaard. Ondanks of misschien juist dankzij de ramp werd de stad zelfs een beetje veiliger.

Inloggen
Share
Tweet
Share