De hemel op een koopje - Stadsarchief Delft
Interieur van de rooms-katholieke kerk aan de Oude Langendijk, 1744 (TMS 68878)

Interieur van de rooms-katholieke kerk aan de Oude Langendijk, 1744 (TMS 68878)

24 december 2018:

De hemel op een koopje

Vaak wordt gedacht dat protestanten het alleenrecht op kerkscheuring hebben, maar katholieken kunnen er ook wat van. Delft was begin achttiende eeuw het epicentrum van een heuse splitsing in de Nederlandse katholieke gemeenschap.

In 1573 raakten de Delftse katholieken hun kerken kwijt aan de calvinisten. Sindsdien mochten zij hun geloof alleen ondergronds praktiseren in schuilkerken. Op het Bagijnhof stonden er twee, die werden bediend door zogenaamde wereldheren, priesters die onder gezag stonden van Rome. Zij stelden hoge eisen aan de levenswandel van hun parochianen, die streng werden ondervraagd tijdens de biecht. Maar wat vooral opviel, was dat hun kerkdiensten zo sober waren; in 1679 werd bijvoorbeeld het feest van Maria’s Onbevlekte Ontvangenis niet eens gevierd. Maar in de schuilkerk aan de Oude Langendijk was het die dag groot feest, met prachtige versiering en verlichting en een rijke liturgie. Hier zwaaiden leden van de jezuïetenorde de scepter en zij hielden er een veel blijmoediger wereldbeeld op na. Bagijnhofpriester Joan Christiaan van Erckel snierde zelfs dat een plekje in de hemel bij hen wel héél goedkoop te krijgen was.

De Delftse wereldheren waren volgelingen van Cornelius Jansenius, bisschop van Ieper. Hij vond dat de mens afhankelijk was van Gods genade om in de hemel te kunnen komen. Dat kwam volgens critici gevaarlijk dicht in de buurt van het calvinisme. Geen wonder dat Van Erckel de Staten van Holland meekreeg om hard op te treden tegen de jezuïeten. Maar hij raakte van de regen in de drup: het Delftse stadsbestuur zette in 1708 de jezuïeten de stad uit, maar kon de grote katholieke gemeenschap niet negeren. Er kwamen paters franciscanen voor terug, die minstens zo’n milde pastorale lijn hanteerden. Terwijl de schuilkerkjes aan het Bagijnhof leegliepen, stonden de mensen bij missen in de franciscaner kerk tot buiten op de stoep. In 1733 mochten zij daarom een grotere kerk bouwen in de Molenpoort, tussen de Oude Langendijk en de Burgwal. Deze tekening geeft een beeld van het interieur: het was een breed gebouw met galerijen in de zijbeuken om zoveel mogelijk mensen plaats te kunnen bieden.

Van Erckel was ondertussen zijn eigen weg gegaan en brak met Rome. In 1723 kozen de jansenisten op eigen gezag een aartsbisschop van Utrecht, die uiteraard niet door de paus werd erkend. Sindsdien zijn er twee soorten katholieken: de roomsen, die de autoriteit van de paus aanvaarden, en de sinds de negentiende eeuw zogenoemde oudkatholieken, voor wie hun eigen aartsbisschop het hoogste gezag op aarde is.

Inloggen
Share
Tweet
Share
+1