De kansloze krabbelaar – Stadsarchief Delft
Tekening van de krabbelaar, ontworpen door Cornelis Velsen, 1750. (Archief 1, inv.nr 3377)

Tekening van de krabbelaar, ontworpen door Cornelis Velsen, 1750. (Archief 1, inv.nr 3377)

4 september 2019:

De kansloze krabbelaar

Een middel tegen paalworm, de aandrijving van uurwerken, het maken van geel koper, een heimachine – de prachtigste plannen belanden in de achttiende eeuw op het bureau van de Delftse afgevaardigden bij de Staten van Holland. Delft is namelijk voorzitter van de Statencommissie die nieuwe octrooiaanvragen moet beoordelen. Dat betekent grondig lezen, overleggen met andere leden van de commissie en schrijven van een advies. Als dat gunstig uitpakt, krijgt de indiener een bepaalde periode het alleenrecht om zijn vinding op de markt te brengen en eraan te verdienen.

In 1750 dient Cornelis Velsen, als klerk in dienst van de secretarie van de Staten, een aanvraag in. Hij is opgeleid als landmeter en werkt vele jaren voor het hoogheemraadschap van Rijnland. Dat leent hem uit aan de Statencommissie voor ’s lands rivieren, zeg maar de voorloper van Rijkswaterstaat. Hier ontwikkelt hij zich tot een gezaghebbende expert in het voorkomen van overstromingen. In 1749 publiceert hij een ‘Rivierkundige verhandeling’ waarin hij adviseert de rivieren uit te diepen en de stroom te reguleren met kribben. En nu komt hij met een praktische vinding: een ‘krabbelaar’, een soort baggerschip. Met een lier achterop het vaartuig wordt een hekwerk met pennen over de rivierbodem gesleept. De stroming voert het loskomende slib mee, zodat de rivier dieper wordt. Hij stuurt nog een prachtige tekening na en wacht ongetwijfeld gespannen af hoe zijn idee wordt ontvangen. Maar het blijft stil. Achterop het dossier in het Delftse Stadsarchief staat waarom: het plan is nooit behandeld, en wel op verzoek van een zekere heer De Raadt.

Een beetje snuffelen op internet maakt duidelijk wat hier aan de hand is. Het boek van Cornelis Velsen is zijn Rijnlandse broodheren finaal in het verkeerde keelgat geschoten. De ondiepte van de rivieren is volgens hen het probleem niet en de aanbvelingen van Velsen zijn veel te duur. Het hoogheemraadschap weet zijn standpunt door te drukken bij de Staten. Wat daarbij helpt, is dat raadpensionaris Pieter Steyn tevens dijkgraaf van Rijnland is. Binnen enkele maanden wordt de commissie voor de rivieren volledig gereorganiseerd en uiteraard moet ook Velsen het veld ruimen. Gelukkig kan hij terugvallen op zijn baan als klerk en vanuit die positie probeert hij zijn kennis alsnog in te zetten door de ontwikkeling van een baggerschuit. Maar zijn plan strandt door toedoen van de heer De Raadt. Wie dat is? Dirk de Raadt, afgevaardigde van de stad Leiden in de Staten van Holland en … hoogheemraad van Rijnland. Tegen zulke machtige heren is een krabbelaar kansloos.

Inloggen
Share
Tweet
Share