Dot het beste met min kint – Stadsarchief Delft
Briefje van de moeder van een weeshuiskind, 1643 (Archief 201, inv.nr 977)

Briefje van de moeder van een weeshuiskind, 1643 (Archief 201, inv.nr 977)

2 november 2018:

Dot het beste met min kint

Ze kon redelijk schrijven, dat is zo ongeveer alles wat we weten van de vrouw die dit briefje met haar kind achterliet bij het Weeshuis. Ze doet hierin een beroep op de ‘vaders’ om goed voor hem te zorgen, in de hoop dat God het hun zal lonen. Haar eigen naam noemt ze niet, en ook die van het kind blijkt niet uit het kattenbelletje. Maar ze schrijft wel wie de vader is: Claes Molimi. Hij zou vijf jaar geleden als sergeant uit Rotterdam zijn uitgevaren en ze weet niet beter of hij is nu kapitein.

Het Weeshuis was gevestigd in het voormalige Sint-Barbaraklooster aan de Oude Delft, tegenover de Breestraat. Het bood onderdak aan wezen en halfwezen van Delftse burgers, maar ook aan vondelingen en verlaten kinderen van onbekende ouders. Die laatste categorieën stelden de regenten voor problemen, omdat de kans klein was dat zij de kosten die zij maakten nog eens op iemand konden verhalen. Ook bij dit kind zal dat niet zijn gelukt. Het werd 10 oktober 1643 in het kinderboek ingeschreven als Anthonij Claese Molimij. Hij was toen omtrent vijf jaar en zal dus zelf zijn naam hebben genoemd. Misschien wisten de regenten ook van hem dat zijn moeder Sara heette, maar daarmee hield het wel op. Zij was volgens het kinderboek ‘fugitijff’ oftewel voortvluchtig. Kennelijk kon Sara als alleenstaande moeder niet voor Anthonij zorgen en liet zij hem achter bij het Weeshuis voor zij de benen nam. Van haar noch van de vader werd ooit meer iets vernomen.

Zeven jaar verbleef Antonij in het Weeshuis. Toen hij een jaar of twaalf was, in december 1650, moest hij net als andere weeskinderen zijn eigen brood gaan verdienen. Hij werd tewerkgesteld bij de VOC en vertrok met het schip Schiedam naar Oost-Indië. Verder weg van zijn vader kon het niet.

Inloggen
Share
Tweet
Share
+1