Een verdwaalde soldaat – Stadsarchief Delft
Tekening van een soldaat in het ledenregister van het Zoete Naam Jezusgilde, aangelegd in 1561 (Archief 435, inv.nr 201).

Tekening van een soldaat in het ledenregister van het Zoete Naam Jezusgilde, aangelegd in 1561 (Archief 435, inv.nr 201).

Gevelsteen in huis Verwersdijk 45 (TMS 32527)

Gevelsteen in huis Verwersdijk 45 (TMS 32527)

10 maart 2019:

Een verdwaalde soldaat

In het huis Verwersdijk 45 zit een gevelsteen met het jaartal 1537 en een afbeelding van twee knolrapen. Die komen ook voor op prentjes van de Delftse rederijkerskamer met het devies ‘Wij rapen gheneucht’. Daarom dacht men ooit dat dit huis van de rederijkers was of van een lid van die vereniging. En daarom kreeg de brug over de gracht tussen de Doelenstraat en de Visstraat zelfs de naam Rapenbloembrug. Een beetje vergezocht is dat allemaal wel, want op de gevelsteen staat ook de plaatsnaam Bercheyck, die voor zover bekend niets met rederijkers te maken heeft.

De naam en het devies van de rederijkerskamer doen een wat melige humor vermoeden, maar hun dichtwerk en toneelspel waren meestal bloedserieus. Zeer populair was bijvoorbeeld het moralistische stuk Elckerlijck, weliswaar niet Delfts, maar wel uit rederijkerskringen afkomstig. De stichtelijke werken van de rederijkers werden hoog gewaardeerd door het stadsbestuur, dat de zolder van de Waag gratis beschikbaar stelde voor hun bijeenkomsten. In de Middeleeuwen hadden hun activiteiten – uiteraard, zou je bijna zeggen – ook een religieuze kant. Zij verzorgden jaarlijks een aantal taferelen in de processie tijdens de Grote Ommegang en hadden een eigen altaar in de Nieuwe Kerk. Daarmee verbonden was de broederschap van de Zoete Naam Jezus, genoemd naar de naamgeving van Christus op het feest van de besnijdenis, gevierd op 1 januari. Ook niet-rederijkers konden lid worden en bijdragen aan de plechtigheden en gebeden, die naar men meende het zielenheil ten goede zouden komen. De aantrekkingskracht was enorm, zo blijkt uit een ledenregister uit 1561, bewaard in het Stadsarchief. Het boekwerk bevat vele honderden namen. In sommige straten zijn zowat alle bewoners lid. Voor begijnen zijn aparte pagina’s gereserveerd, net als voor priesters. Op de allerlaatste bladzijde staat geen naam: hier heeft de klerk zich uitgeleefd met een tekening van een soldaat. Zo krijgt het serieuze werk van de rederijkers op de valreep toch een luchtig tintje.

Inloggen
Share
Tweet
Share
+1