Een wonderkind uit Delft – Stadsarchief Delft
De oratie waarmee Hugo de Groot omstreeks 1591 de Latijnse School afsloot (Archief 598, inv.nr 596)

De oratie waarmee Hugo de Groot omstreeks 1591 de Latijnse School afsloot (Archief 598, inv.nr 596)

De opdracht van de oratie door Hugo aan zijn eerwaardige oom (venerande patrue) (Archief 598, inv.nr 596)

De opdracht van de oratie door Hugo aan zijn eerwaardige oom (venerande patrue) (Archief 598, inv.nr 596)

18 januari 2019:

Een wonderkind uit Delft

In de zestiende eeuw gingen jongens die goed konden leren, rond hun negende naar de Latijnse School – de ene een jaartje eerder, de andere een jaartje later – om die een jaar of zes later weer te verlaten. Er waren echter uitzonderingen en misschien wel de meest bizarre was Hugo de Groot. Die was op zijn elfde al klaar.

Nu had Hugo ook wel alles mee. Hij werd op 10 april 1583 geboren in een vooraanstaande Delftse burgemeestersfamilie die al heel wat hoogvliegers had voortgebracht. In het begin van de zestiende eeuw was één naamgenoot behalve jurist ook pastoor van de Nieuwe Kerk en kanunnik van de Hofkapel in Den Haag, een andere was secretaris van het Hof van Holland. Ook Hugo’s vader Jan was jurist en diens broer Cornelis was sinds de oprichting van de universiteit van Leiden in 1575 hoogleraar in de rechten.

Hugo was als kleuter al vertrouwd met de klassieke talen, dus kon hij heel vroeg naar de Latijnse School in de Schoolstraat. Toen hij elf was sloot hij die af met een Latijnse redevoering: Oratio in laudem navigationis, een lofrede op de zeevaart. De eigenhandig geschreven tekst berust in het Stadsarchief van Delft. Hugo droeg het werkstuk op aan een oom. Dat was vermoedelijk Cornelis; misschien hoopte Hugo dat die hem een goede entree aan de universiteit zou bieden. Uiteindelijk had hij die kruiwagen niet eens nodig, want in juni 1594 werd zijn vader benoemd tot curator ofwel toezichthouder. Twee maanden later stelde Jan de Groot zijn zoon voor aan de staf van de universiteit, waar Hugo fluitend doorheen ging. In 1597 kreeg hij al toestemming om af te studeren in de wijsbegeerte én het recht. Het jaar daarop vergezelde hij de Hollandse raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt op een diplomatieke missie naar Frankrijk. Hugo maakte van de gelegenheid gebruik om in Orléans te promoveren tot doctor in de rechten. Hij was toen vijftien – zijn leeftijdgenootjes waren misschien net klaar met de Latijnse School.

Inloggen
Share
Tweet
Share