Eenvoudig doch voedzaam – Stadsarchief Delft
Oproep van de soepcommissie om bijdragen, 1807. (Archief 464, inv.nr 122)

Oproep van de soepcommissie om bijdragen, 1807. (Archief 464, inv.nr 122)

2 juli 2019:

Eenvoudig doch voedzaam

Men neme 15 kilo erwten, 15 kilo witte bonen, 15 kilo gort, 8 kilo grof tarwebrood, 1 mand aardappelen, 8 bossen wortelen, 6 bossen selderij, 2 manden soepgroenten, 25 uien, 3 kilo zout, 7 liter azijn en 4 ons peper. O ja, ook nog 25 kilo ossenvlees en 25 kilo schenkel om eerst een stevige bouillon van te maken. Het resultaat: genoeg soep om 500 mensen ‘voor de minst mogelijke kosten een gezonde en voedzaame soupe te bezorgen’.

Omstreeks 1800 wordt in de Bataafse Republiek veel armoede geleden. De traditionele armenzorg raakt door de moeilijke economische omstandigheden in financiële nood. Particulieren springen bij, in navolging van een project dat in München is opgezet door Benjamin Thompson. Hij is een kleurrijke figuur: een Amerikaanse uitvinder die in dienst van de keurvorst van Beieren de titel rijksgraaf van Rumford krijgt. Op 6 december 1800 richten veertien vooraanstaande Delftse heren de Rumfordsche Soupsociëteit op, die behoeftige Delftenaren in het winterseizoen dagelijks voorziet van een portie soep. Dit is geen uniek initiatief: dergelijke stichtingen schieten overal in Nederland als paddenstoelen uit de grond.

In de Delftse commissie treffen we lieden van allerlei statuur, die met elkaar gemeen hebben dat zij sympathiseren met het patriottische bewind. Bijvoorbeeld Michiel van Hoecke en Pieter Maas, twee oprichters van het oecumenisch genootschap Christo Sacrum, de medici Abraham van Stipriaan Luiscius en Michael Jacobus Macquelijn, apotheker Aernout Willem van Haeften, Johannes van Aalst, lid van de plaatselijke schoolcommissie, en Abraham van Bemmelen, docent wiskunde van de Fundatie van Renswoude. Maar ook twee mannen uit de voormalige regentenfamilies Teding van Berkhout en ’s-Gravezande steken er geld in. Hun liefdadigheid is misschien niet helemaal zonder eigenbelang. Begunstigers mogen voor de helft van het door hen ingelegde bedrag zelf opgeven welke personen in aanmerking komen voor bedeling. Dat kan zomaar aanleiding geven tot vriendjespolitiek. Omgekeerd weten de bedeelden goed aan wie zij de gulle gaven hebben te danken en wie zij gepaste dankbaarheid moeten betonen.

Elk najaar bezorgt de Soupsociëteit inschrijvingsbiljetten bij burgers van wie wordt vermoed dat zij een bijdrage willen leveren. Tot 1812, dan wordt de organisatie overgenomen door een nieuwe soepcommissie, ingesteld op verzoek van de burgemeester, met vertegenwoordigers van de verschillende kerkelijke gezindten. De Bataafse Revolutie van 1795 heeft veel veranderingen teweeggebracht, maar stukje bij beetje nemen de traditionele groeperingen het heft weer in handen – zelfs op soepgebied.

Inloggen
Share
Tweet
Share