De Zoen van Delft – Stadsarchief Delft
Portret van Jacoba van Beieren. Gravure van Jacob Folkema uit 1753. (TMS 74903)

Portret van Jacoba van Beieren. Gravure van Jacob Folkema uit 1753. (TMS 74903)

3 juli 2019:

De Zoen van Delft

Iedereen kent de uitdrukking De Zoen van Delft, maar wie kan nog uitleggen wat die inhoudt? Het wordt al een stuk duidelijker als je je realiseert dat ‘zoen’ in dit verband ‘verzoening’ betekent. Maar wie verzoent zich ook alweer met wie?

Daarvoor moeten we terug naar het begin van de vijftiende eeuw, de tijd van de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Op 31 mei 1417 overlijdt graaf Willem VI. Zijn enige dochter Jacoba van Beieren is pas zestien jaar oud, maar al wel weduwe. Zoals gebruikelijk in vorstelijke kringen is zij jong uitgehuwelijkt, en wel aan Jan van Touraine, de tweede zoon van de Franse koning. En nu is zij opeens gravin van Holland. Zij is volledig afhankelijk van de adellijke raadgevers van haar vader, bijgenaamd de Hoeken. Hun tegenstrevers, waaronder veel steden, met Delft voorop, worden Kabeljauwen genoemd. Zij ergeren zich al lange tijd aan de corruptie in regeringskringen. Wie het meeste biedt, krijgt het mooiste baantje. Zo is het ambt van schout van Delft al jarenlang in handen van Filips de Blote, die zichzelf verrijkt over de ruggen van de burgers.

Jacoba wordt uitgehuwelijkt aan de pas vijftienjarige hertog Jan IV van Brabant, niet bepaald de sterke man die het volk nodig heeft. Haar oom Jan van Beieren werpt zich op als regent en hij maakt schoon schip. Als hij in 1425 wordt vermoord, beweren boze tongen dat de Hoeken daarachter zitten. De zwakke Jan van Brabant, inmiddels verlaten door Jacoba, komt nu aan de macht. Jacoba’s neef Filips van Bourgondië wordt regent, met instemming van de Kabeljauwse steden. Zij hopen dat het machtige Bourgondische Rijk in staat is de orde te herstellen.

Als Jan van Brabant in 1427 overlijdt, willen de Kabeljauwen Filips als nieuwe landsheer. Jacoba probeert het tij te keren, maar moet zich uiteindelijk gewonnen geven. Op 3 juli 1428 verzoent zij zich met Filips, tijdens een indrukwekkende plechtigheid in Delft. Filips wordt graaf van Holland, Jacoba trekt zich terug op slot Teilingen bij Sassenheim. In 1434 trouwt zij met Frank van Borselen. Dat huwelijk is afgebeeld onder dit gegraveerde portret van Jacoba. Het gaat terug op een schilderij van Jan Jansz Mostaert. Ook die moet trouwens naar een voorbeeld hebben gewerkt: Jacoba overlijdt in 1436 en Mostaert wordt pas veertig jaar later geboren.

Inloggen
Share
Tweet
Share