Het kleinste huisje? – Stadsarchief Delft
Portretgravure van Pieter van Foreest door Hendrick Goltzius, 1586 (TMS 6767)

Portretgravure van Pieter van Foreest door Hendrick Goltzius, 1586 (TMS 6767)

2 december 2018:

Het kleinste huisje?

Als je stiekem meeluistert met wat rondleiders vertellen, hoor je soms de gekste dingen. Zo doet nog steeds het verhaal de ronde dat Pieter van Foreest, stadsgeneesheer van 1558 tot 1595, heeft gewoond in het kleinste huisje van Delft, Oude Delft 147. Zou het echt? Tijd om het archief in te duiken!

Pieter van Foreest, in 1521 in Alkmaar geboren, stamde uit een zeer aanzienlijke familie. Datzelfde gold voor Eva van Teylingen, met wie hij in 1546 trouwde. Toen Foreest in 1558 in Delft arriveerde, trok hij voorlopig in bij zijn neef Jan de Huyter in het mooiste huis van de stad, nu het Gemeenlandshuis van Delfland. Van daaruit kon hij rustig naar een passende woning zoeken voor hij zijn vrouw naar Delft liet overkomen.

Foreest verwierf een grote faam en geldt als een van de grootste medici die Nederland ooit heeft voortgebracht. Terwijl zijn collega’s nog uitgingen van theorieën uit de klassieke oudheid, handelde hij heel modern vanuit de praktijk. Hij publiceerde honderden ziektegeschiedenissen en beschreef tot in detail hoe hij de patiënt behandelde en met welk resultaat. Het was niet voor niets dat de in 1575 gestichte universiteit van Leiden hem inschakelde voor het opzetten van de medische opleiding. In Delft wist hij het stadsbestuur te bewegen tot het opstellen van regels voor de uitoefening van geneeskundige beroepen, ter voorkoming van kwakzalverij. Ten slotte was hij lijfarts van Willem van Oranje en verrichtte hij de lijkschouwing nadat de prins in 1584 was vermoord.

Gezien zijn afkomst en zijn roem zal Foreest geen genoegen hebben genomen met een bescheiden optrekje. Toegegeven, het salaris dat hij ontving als stadsgeneesheer was schamel: tegen een vast bedrag per jaar moest hij alle Delftse armen behandelen. Maar daarnaast verdiende hij goed geld met de behandeling van meer vermogende patiënten en met zijn boeken. Genoeg om ruimer te wonen dan in ‘een cleyn camerken’ boven de poort naar Sint-Hiëronymusdal, het huis van de broeders des gemenen levens. Het klopt dat hij dit kamertje sinds 1575 van het stadsbestuur huurde. Maar het was niet bestemd als woning: hij wilde het hebben als uitbreiding van het huis dat hij al bezat, aan de zuidkant van de poort. En dat was een respectabel pand, dat paste bij zijn status. Lees op de website Achter de gevels van Delft [link naar http://www.achterdegevelsvandelft.nl/] maar na wat archiefonderzoek allemaal heeft opgeleverd over Oude Delft 145-147.

Inloggen
Share
Tweet
Share
+1