Shoppen bij Schaap - Stadsarchief Delft
Briefhoofd van de Fruit- en Viswinkel van D. Schaap en A.J. Schaap, 1865 (TMS 109314)

Briefhoofd van de Fruit- en Viswinkel van D. Schaap en A.J. Schaap, 1865 (TMS 109314)

Briefhoofd van het Hotel, Logement en Stadskoffiehuis van D. Schaap, ca. 1865 (TMS 63414)

Briefhoofd van het Hotel, Logement en Stadskoffiehuis van D. Schaap, ca. 1865 (TMS 63414)

30 oktober 2018:

Shoppen bij Schaap

Nu bijna alle rekeningen digitaal verwerkt worden en we nauwelijks nog papieren post versturen, vallen de negentiende-eeuwse briefhoofden des te meer op. Het zijn kunststukjes die naam, faam en de te verkopen waar van de middenstanders aan de man moeten brengen.

Dirk Schaap begon zijn carrière als blokmaker. Hij maakte katrollen voor de scheepsbouw, net als zijn vader, die een eigen blokmakerswinkel bezat. Dirk hield het ambacht niet lang vol. Nadat hij in 1826 met Gerritje Zeelenburg trouwde, gaf hij als beroep sociëteitsknecht op. Bij welke sociëteit Dirk als kelner werkte, is niet bekend. Enkele jaren later had hij eindelijk zijn stiel gevonden: vanaf 1830 stond hij bekend als koopman in groenten.

De handel van Dirk Schaap breidde zich uit, zoals te zien is aan het bonte briefhoofd uit 1865. In zijn Fruit- en Viswinkel was nu ook een rijk assortiment aan vis verkrijgbaar, evenals onder meer mosterd, bier en medicinaal water. Schaap bestierde een levendige winkel, die zich ook nog eens liet voorstaan op leveranties aan het koninklijk hof. Toen hij het briefhoofd liet maken, was zoon Albertus Johannes mede-eigenaar van de zaak. Dirk was met zijn gedachten alweer elders. Hij opende het Logement Stadskoffiehuis op Markt 9, ook wel Hotel Schaap genoemd. Voor deze zaak liet hij uiteraard minstens zo’n mooi bedrijfslogo ontwerpen.

Deze briefhoofden zijn interessant omdat ze uit één familiebedrijf stammen. Ze laten ook nog eens zien hoe het centrum van Delft transformeerde van marktplaats tot winkelstad. Boeren uit de omgeving brachten al eeuwen hun waren naar de markt in Delft en deden er dan zelf hun inkopen. In de negentiende eeuw kwamen er steeds meer vaste winkels in het straatbeeld. Boodschappen doen werd ‘winkelen’, een favoriet tijdverdrijf voor wie wat te besteden had. De Fruit- en Viswinkel bezat een pand met twee grote etalages, er stond koopwaar op straat en er werd alles aan gedaan om het winkelend publiek naar binnen te lokken. Die levendigheid is ook onderwerp van de tekening van het Stadskoffiehuis, centraal gelegen tussen de Waag en het Venduehuis (veilinghuis). Daar konden de kooplustigen even bijkomen, deelnemen aan een van de veilingen of zelfs een nachtje blijven slapen. Om de dag daarna natuurlijk weer vrolijk verder te shoppen.

Inloggen
Share
Tweet
Share
+1