Tehuizen voor zwarte schapen – Stadsarchief Delft
Register van geconfineerde personen, 1699-1792; pagina met inschrijvingen uit 1700 (Archief 1, inv.nr 2616)

Register van geconfineerde personen, 1699-1792; pagina met inschrijvingen uit 1700 (Archief 1, inv.nr 2616)

19 september 2018:

Tehuizen voor zwarte schapen

Op 3 juli 1666 legden drie personen voor notaris Frans Boogert verklaringen af. Zij deden dit op verzoek van Maria Thins, de schoonmoeder van Johannes Vermeer. Maria wilde vastgelegd hebben hoe haar zoon Willem Bolnes zich had misdragen. Hij maakte schulden, schold haar uit voor ‘ouwt paeps varcken’ en ging haar zelfs te lijf met een mes. Ook Vermeers zwangere vrouw Catharina bedreigde hij. Een en ander was ernstig genoeg om het stadsbestuur te bewegen Willem te laten opsluiten. Hij werd ondergebracht in het particuliere verbeterhuis van Herman Taarling aan de Vlamingstraat, nu nummer 107.

Dit huis, De Drie Taarlingen genaamd, was een van de vele particuliere verbeterhuizen die Delft telde. Ze boden tegen betaling onderdak aan mensen die gewelddadig waren, niet met geld konden omgaan, een drankprobleem hadden of anderszins niet wilden deugen. De familie kon hen door het plaatselijke gerecht handelingsonbekwaam laten verklaren en vervolgens doen opnemen. Zo voorkwam zij dat de zwarte schapen van kwaad tot erger vervielen en werden opgesloten in een tuchthuis of gevangenis. Pas als iemand op het rechte pad leek te zijn aanbeland, lonkte proefverlof en uiteindelijk wellicht de vrijheid.

In het Stadsarchief berust een dik register waarin is genoteerd wie tussen 1699 en 1792 verbleven in de Delftse verbeterhuizen. In de Drie Taarlingen, het oudste en grootste, konden meer dan twintig personen tegelijk worden gehuisvest. In de periode die het register bestrijkt, verbleven hier ongeveer driehonderd ‘geconfineerden’, zowel mannen als vrouwen, sommigen decennialang.

Drie andere verbeterhuizen namen elk ongeveer honderdvijftig mensen op. In 1696 ging het huis Keulen van start aan de Oude Delft tegenover het Weeshuis, nu nummer 6. Aanvankelijk was ook hier de bevolking gemengd, maar vanaf 1725 waren alleen vrouwen welkom. Aan de Burgwal, op de plaats waar nu de Maria van Jessekerk staat, begon in 1703 het Huis Duinkerken, dat sinds 1746 uitsluitend vrouwen opnam. Het enige verbeterhuis dat zich exclusief op mannen richtte, was het Huis aan de Oostpoort, ook bekend als De Vergulde Kabel of De Gekroonde Kabel. Die naam dankte het vermoedelijk aan lijndraaier Pieter Cornelisz van Houte, die er tot ongeveer 1650 eigenaar van was. In 1721 begonnen Levina Vrolijk en Andries de Ruijter hier een verbeterhuis. In het begin van de achttiende eeuw waren er ook nog een stuk of tien kleine verbeterhuizen, maar die konden het op den duur niet bolwerken tegen de grote vier.

Inloggen
Share
Tweet
Share