Uit de as herrezen – Stadsarchief Delft

Uit de as herrezen

13 april 1946

Het Delftsch Studenten Corps is nog altijd zwaargehavend, liefst 84 leden hebben de oorlog niet overleefd. Los daarvan is ook hun verenigingsgebouw aan de Phoenixstraat nog maar een schim van wat het was. De Stichting Herstel Phoenix wil daar vanaf dit voorjaar een eind aan maken.

991 bourgogneglazen
Als straf voor de studentenstaking worden eind 1940 de Delftse studentenverenigingen en hun sociëteiten gesloten en verzegeld. Corpsleden breken nog weleens in om documenten, servies of wat flessen wijn te redden; in 1943 worden drie jongens gesnapt met een schrijfmachine. Echt in gebruik komt Phoenix niet meer tijdens de oorlog. De Haagse en Delftse afdelingen van de NSB doen zich in het voorjaar van 1941 tegoed aan het meubilair ze steggelen zelfs nog over wie er het eerst iets mag uitzoeken voor hun kringhuizen.
Later dat jaar maakt een taxateur de balans op van de inventaris. Hij heeft acht dagen nodig om de lijst op te stellen. Het gaat om typische sociëteitsattributen als biljarttafels met toebehoren, allerhande leunstoelen, asbakken, een ‘sigarenpuntafsnijder’ en dominospelen. Verder zijn er talloze stoelen en tafels, kasten en lampen, maar het meest in het oog springen de keukeninventaris en het servies. Honderden messen, vorken en lepels in diverse soorten en maten. De taxateur telt onder andere 26 verzilverde visvorkjes, 50 verchroomde sorbetlepels, 238 grote tafelmessen en 17 kreeftenhaakjes. Voor de drankjes zijn er onder meer 216 champagneglazen, 461 bierglazen en 991 bourgogneglazen. Zie ook de foto uit 1936: een diner kon rijk aangekleed worden. Aan de champagnekelder, de bierkelder en de wijnkelder is te zien dat de verzegeling af en toe doorbroken is. Er staan rijen kasten en rekken, flessen zijn er niet meer.

Inauguratierede na de ontgroeningsperiode bij het Delftsch Studenten Corps in Sociëteit Phoenix aan de Phoenixstraat, 1936. (foto J.C.C. Witte, TMS 88129)

Eigen bord en bestek
De sociëteit is al op 17 mei 1945 heropend. Daarmee heeft DSC een streepje voor op Sanctus Virigilius, dat pas in februari 1946 weer over de eigen sociëteit kan beschikken. Het personeel bij Phoenix kan meteen na de bevrijding weer aan de slag, van de loopjongens en werksters tot vaste bediende Rienus Osendarp en directeur P.M. Vellekoop. De sociëteit wordt al jaren gerund als een goedlopend bedrijf. Er verschijnt een oproep in de krant met de vraag goederen, ‘zooals servies, linnengoed en meubilair’, terug te brengen. Ook tips over waar een en ander te vinden is, zijn welkom.
Het is een onttakeld pand, maar het studentenleven gaat wel gewoon door met in augustus 1945 ontgroening van de nieuwe lichting en een maand later een fakkeloptocht als de groentijd voorbij is. De populariteit van de Technische Hogeschool tekent zich dan al duidelijk af. Er zijn zo’n 300 kandidaten op een totaal van 2500 leden. Vanaf de zomer kan er ook weer gegeten worden bij Phoenix. Het gaat dan wel om ‘gaarkeuken-prak’ en iedereen moet zelf een bord en vork en/of lepel meenemen.

 2 theelepeltjes
De studenten zijn druk met hun studie en hebben weinig te makken. Her en der in het land beginnen oud-Corpsleden zich te roeren. Zij zitten vaak op goede functies en dragen de Sociëteit een warm hart toe; regelmatig ontmoeten oude jaargroepen elkaar nog aan de Phoenixstraat. De afgelopen maanden hebben ze met eigen ogen kunnen zien hoe hun geliefde Sociëteit eraan toe is. In februari 1946 mondt hun bekommernis uit in de Stichting Herstel Phoenix, keurig op tijd om tijdens de dies natalis eind maart onder de aandacht van de bezoekende reünisten te brengen.
Een brochure met de titel De Sociëteit Phoenix vraagt herstel…. beschrijft hoe het er nu uitziet: ‘een ongezellige, nare en naakte rommelkamer’. Vloeren zijn ‘kaal en sjofel’, meubels zijn verdwenen, servies en linnen zijn gestolen, en de wijnkelders zijn al geruime tijd leeg. Om inzichtelijk te maken hoe groot de schade is, volgt een klein lijstje inventaris. Van de 250 rechte stoelen uit 1940 zijn er nu nog 4, van de 400 tafellakens resteren er nog 10 en van de 750 theelepeltjes zijn er nog 2: één voor het buffet en één voor het bestuur.
De stichting rekent voor wat er nodig is. Er zijn ongeveer 2000 oud-leden en het kost 150.000 gulden om alles te herstellen. Met 75 gulden de man kunnen zij ervoor zorgen dat de sociëteit er bij de viering van het 100-jarig bestaan in 1947 weer piekfijn uitziet. En dat lukt: de Sociëteit komt er weer bovenop, zoals het een feniks betaamt.

Dat niet alle schade na de oorlog met een financiële injectie opgelost kan worden, weten voormalige onderduikkinderen als geen ander. Daarover meer in het Bevrijdingsbulletin van 20 april 1946: Onderduikkinderen.

Dit verhaal is gebaseerd op informatie uit:

• E.W.A. Henssen, Het Corps als Koninkrijk. 150 jaar Delftsch Studenten Corps (Hilversum 1998)
• Via www.delpher.nl:
o Algemeen Handelsblad, 29-8-1949
o Delftsche Courant, nieuwsblad voor Delft en Delfland, 25-10-1943
o De Spiegel. Officieel orgaan van de Delftsche studenten, 22-6-1945, 6-7-1945 en 22-3-1946
Veritas, mededelingenblad voor Delft en omstreken, 7-6-1945, 8-8-1945, 11-8-1945, 21-9-1945, 22-9-1945 en 4-1-1946 (t/m 12-10-1945 op www.delpher.nl)
• Archief 610. Delftsche Studenten Sociëteit Phoenix
o 138. Stukken betreffende de plundering van de inventaris, 1941
o 139. Brochure van de Stichting Herstel Sociëteit Phoenix, 1946

Tientallen maquettes voor de bouwplaatwedstrijd van Sociëteit Phoenix ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan, 1947. (foto Van der Reijken, TMS 99310)

Ga hier naar alle Bevrijdingsbulletins.

Zelf onderzoek doen naar de Tweede Wereldoorlog in Stadsarchief Delft?

Inloggen
Share
Tweet
Share