NSB’ers naar huis – Stadsarchief Delft

NSB’ers naar huis

11 mei 1946

Het is nu ruim een jaar geleden dat overal in het land collaborateurs werden opgepakt. Op 15 mei 1946 verblijven nog altijd 72.801 Nederlanders in een interneringskamp, wachtend op hun proces. De overheid vreest grote maatschappelijke problemen als zij nog langer afgezonderd blijven. Want hoe keren zij ooit weer als gewone burgers terug in de samenleving?

Nederlands Beheersinstituut
Hoewel het gevoelig ligt, besluit de overheid in het voorjaar van 1946 toch om grote groepen ‘lichte gevallen’ vrij te laten. Het gaat dan vooral om NSB’ers die alleen maar lid waren van de partij. Dat maakt een snellere berechting van de grote daders mogelijk en het scheelt in de kosten. Het onderhoud en de bewaking van de interneringskampen drukken zwaar op de begroting van het Ministerie van Justitie. Op 1 maart 1947 wordt het streefgetal van maximaal 25.000 geïnterneerden gehaald. De rest is ‘voorwaardelijk buiten vervolging’ gesteld of heeft een straf gekregen die door de lange internering inmiddels is voldaan.
Deze zogenoemde lichte gevallen wordt overigens wel tien jaar lang kiesrechten ontzegd, opdat de buitenwereld ziet dat ze er niet ‘zomaar’ vanaf komen. Zo voelen de ex-geïnterneerden het zelf waarschijnlijk ook niet. Vaak is hun gezin uiteengerukt en keren zij terug zonder enig bezit. Het Nederlands Beheersinstituut (NBI) heeft zich in over hun spullen ontfermd, maar veel blijkt via-via verhandeld of verduisterd – niet geheel onverwacht in een straatarme samenleving waar overal gebrek aan is. Zo vist een in januari 1946 vrijgekomen veroordeelde achter het net. De spullen die bij zijn zus in de Papenstraat stonden, zijn ter beschikking gesteld aan een grote inzamelingsactie voor Putten.

Direct na de bevrijding wordt aan de Rotterdamseweg het huis van de Duitse Ortskommandant leeggehaald. (foto A.F.A. Hinfelaar, TMS 264777)

Doorgangshuis
Dergelijke problemen spelen in het hele land. Ook Veritas schrijft over mensen die uit interneringskampen terugkomen en hun bezittingen kwijt zijn. ‘Veel werd verkocht of verhuurd aan oorlogsslachtoffers.’ Om acute nood op te lossen is soms huisraad van de ene NSB’er vergeven aan een ander partijlid, met het idee dat de inboedel bij een veroordeling toch wel afgenomen zou worden. Zeker nu er dit voorjaar duizenden geïnterneerden vrijkomen, is het zaak hier oplossingen voor te verzinnen.
De Stichting Toezicht Politieke Delinquenten (STPD) ijvert al vanaf september 1945 voor een gezonde terugkeer in de maatschappij. De stichting stelt voor dat de staat alle huisraad van de geïnterneerden vordert. Daardoor is het mogelijk om goederen te (her)verdelen onder vrijgekomen gevangenen, die zo ‘een sobere inrichting’ kunnen krijgen. Ze moeten toch ergens mee starten. In Delft doet de STPD reclasseringswerk vanuit het voormalige schoolgebouw aan de Doelenstraat 49, vanaf dit voorjaar een doorgangshuis voor vrijgelaten geïnterneerden.

Armoedeval
Er wordt soms gemopperd over deze hulp, die toch geen vetpot is. Een voormalig NSB-lid uit de Hof van Delftlaan kan daarover meepraten. Hij werkte tot aan de sluiting in 1941 bij Sociëteit Phoenix, maar kwam later bij de Nederlandse Landstorm terecht. Na zijn arrestatie wordt alle huisraad in beslag genomen, nadat vermoedelijk een deel al geplunderd is. Op 11 juni 1947 wordt de man veroordeeld tot 2,5 jaar gevangenisstraf en verbeurdverklaring van zijn radio.
Begin 1948 heeft hij zijn straf uitgezeten en is hij weer een vrij man; met vrouw en kinderen vestigt hij zich elders. Van hun inboedel resteert niet veel meer dan een jas en een kostuum, samen met twee opklapbedden en wat textiel. De lijst met verkochte goederen is een stuk langer: onder meer een eiken Steinbach piano, een trapnaaimachine, een nieuwe stofzuiger en een paar rolschaatsen. De lijst is volgens de man verre van compleet, terwijl de spullen ook nog eens ‘veel en veel te goedkoop’ verkocht zijn. Hij mist bijvoorbeeld een ‘mooie partij tafelzilver met monogram, een geschenk van mijn ouders’. De huisraad is weg, maar hij heeft wel recht op een vergoeding – op papier dan. Ruim een jaar lang wordt hij van het kastje naar de muur gestuurd. In 1950 zegt het Ministerie van Justitie een uitkering van 1933 gulden toe, hard nodig voor het gezin dat inmiddels financieel aan de grond zit. Voor hen duurt de oorlog ook vijf jaar na de bevrijding nog altijd voort.

Wie vindt dat er te slap wordt opgetreden, heeft bij de eerste naoorlogse Tweede Kamerverkiezingen kans daar iets aan te doen. Daarover meer in het volgende Bevrijdingsbulletin – vanaf 18 mei op de website.

Voormalig woonhuis van NSB’ers, met op het kozijn geschreven: ‘En nu dansen ze aan de galg.’ (foto A.F.A. Hinfelaar, SAD TMS 264815)

Ga hier naar alle Bevrijdingsbulletins.

Inloggen
Share
Tweet
Share