Anderhalve gulden voor een ring – Stadsarchief Delft
Beleningsregister Bank van Lening, 1916 (Archief 68, inv.nr 270)

Beleningsregister Bank van Lening, 1916 (Archief 68, inv.nr 270)

14 juni 2019:

Anderhalve gulden voor een ring

Wie krap zit, wil geld lenen. Dat kon eeuwenlang bij de Delftse bank van lening. Toen deze instelling in 1923 de deuren sloot, stond de administratie klaar om vernietigd te worden. Naar verluidt wist gemeentearchivaris L.G.N. Bouricius met grote moeite een deel van dit archief te redden.

Geld lenen kon aanvankelijk bij zogenaamde lommerds, die tegen inlevering van een onderpand krediet verstrekten. Om woekerrentes tegen te gaan, richtten steden eigen leenbanken op. De Delftse bank startte in 1676, en was vanaf 1769 gevestigd aan Burgwal 45 waar de gevelsteen nog steeds zichtbaar is. Duizenden Delftenaren gingen hier over de drempel. Wie dat waren en wat zij meenamen, staat in de beleningsregisters van 1860 tot 1923.

Neem 14 juni 1916. De Eerste Wereldoorlog woedt, alle dienstplichtige mannen zijn gemobiliseerd en handelsbeperkingen drijven de prijzen van het voedsel op. Tientallen Delftenaren komen die dag naar de Burgwal om wat contant geld te kunnen krijgen.

De heer of mevrouw Albert, op nummer 1, krijgt anderhalve gulden voor een gouden ring, vermoedelijk een trouwring. De waarde van de ring wordt getaxeerd op twee gulden. Drie dagen later komt Albert terug en neemt de ring weer mee. Van Baalen, nummer 2, doet langer over het inlossen. De beleende lap stof wordt pas op 17 januari 1917 opgehaald. Ook op 14 juni brengt Van Leeuwen (nummer 18) een gouden vestketting met een waarde van vijftien gulden. Van Veen (nummer 72) is minder fortuinlijk, hij of zij levert een pantalon in en ontvangt er als beleensom vijftig cent voor.

En zo gaat de lijst maar door, op 15 juni staat er opnieuw een rij. Een schrijnende kijk in het alledaagse leven van veel Delftenaren, maar mede daarom o zo belangrijk dat Bouricius de waarde daarvan op tijd inzag.

Inloggen
Share
Tweet
Share