Bieroorlog: Delft klopt Amsterdam – Stadsarchief Delft
Vier vonnissen van het Hof van Holland in geschillen tussen Delft en Amsterdam, 1613 (Archief 1, inv.nrs 1633-1636, charters 7129-7132)]

Vier vonnissen van het Hof van Holland in geschillen tussen Delft en Amsterdam, 1613 (Archief 1, inv.nrs 1633-1636, charters 7129-7132)]

16 november 2018:

Bieroorlog: Delft klopt Amsterdam

Eeuwenlang dronk iedereen bier. Het water uit grachten en sloten was ongeschikt voor consumptie, maar als je het kookte en op smaak bracht, was het prima te drinken. Kinderen dronken dunbier, ook wel kleinbier of scharrebier genoemd, met minder suikers en een lager alcoholpercentage.

Bier was de volksdrank en de markt was dus enorm. Rond 1400 waren Gouda, Haarlem en Delft de voornaamste brouwsteden van Holland. Zij produceerden niet alleen voor de lokale markt, maar ook voor de export buiten het graafschap. Delft wist in de loop van de vijftiende eeuw zijn concurrenten te overvleugelen. Het stadsbestuur begunstigde de grote brouwers ten koste van de kleintjes, zodat er steeds grootschaliger en goedkoper kon worden geproduceerd. Andere steden kozen voor bescherming van het kleinbedrijf en prijsden zich zo uit de markt.

Was het niet om de smaak, dan was het dus wel om de prijs dat tappers liever Delfts bier schonken dan dat van plaatselijke brouwerijen. Veel stadsbesturen probeerden de eigen nijverheid te beschermen door importheffingen op elders gebrouwen bier. In 1411 zag Delft echter kans deze belemmeringen uit de weg te ruimen. Het kreeg van graaf Willem VI gedaan dat hij alle steden in Holland en Zeeland verbood om Delfts bier hoger te belasten dan lokale producten.

Delft heeft dit privilege eeuwenlang ingezet als wapen tegen handelsbelemmeringen. Zo ook in 1613, toen het een bieroorlog uitvocht met Amsterdam. Vier tappers aan de Overtoom die Delfts bier verkochten, kregen van de accijnsmeester een boete van 25 gulden per vat en bovendien werd hun voorraad in beslag genomen. Zij lieten de zaak voorkomen voor de Amsterdamse schepenbank. Die verlaagde de boete weliswaar tot een eenmalig bedrag van 25 gulden, maar vond kennelijk nog steeds dat er sprake was van een strafbaar feit. Nu besloot Delft zich met de zaak te bemoeien. De burgemeesters gingen met de tappers in beroep bij het Hof van Holland en brachten uiteraard het privilege van 1411 in stelling. Het werd een klinkende overwinning: het Hof gaf de tappers van de Overtoom en hun Delftse medestanders in alle opzichten gelijk. De vier perkamenten vonnissen zullen door de secretaris van Delft als heuse trofee├źn in het archief zijn bijgezet.

Inloggen
Share
Tweet
Share
+1