Cornelis Musius – Stadsarchief Delft
Portret van Cornelis Musius, omringd door scènes van zijn marteldood. Prent door Jan van de Velde, 1632-1634 (TMS 59193)

Portret van Cornelis Musius, omringd door scènes van zijn marteldood. Prent door Jan van de Velde, 1632-1634 (TMS 59193)

Zilveren schaaltje, gemaakt in Antwerpen in 1565, door Cornelis Musius geschonken aan de zusters van het Sint-Agathaklooster (Utrecht, Museum Catharijneconvent)

Zilveren schaaltje, gemaakt in Antwerpen in 1565, door Cornelis Musius geschonken aan de zusters van het Sint-Agathaklooster (Utrecht, Museum Catharijneconvent)

22 januari 2019:

Cornelis Musius

Wie niet tegen gruwelijke beelden kan, moet maar niet al te grondig naar deze prent kijken. Daarop wordt namelijk tot in de gruwelijkste details weergegeven hoe Cornelis Musius, de pater van het Sint-Agathaklooster, op 10 december 1572 aan zijn eind kwam. Ten overvloede beschrijven de Latijnse onderschriften wat er precies gebeurde op die winterdag in Leiden.

Musius was in 1500 geboren in Delft. Hij studeerde in Leuven en maakte jarenlange omzwervingen langs andere universiteiten. Na tot priester te zijn gewijd, bemachtigde hij in 1538 met dank aan zijn goede relaties in Delft het ambt van pater van het Sint-Agathaklooster, met meer dan honderd zusters het grootste van de stad. Hij werd door hen op handen gedragen en de genegenheid moet wederzijds zijn geweest, getuige de zilveren schaaltjes die hij hun in 1565 schonk.

Het Sint-Agathaklooster werd door het stadsbestuur gebruikt om hoge gasten te huisvesten, zoals stadhouder Willem van Oranje. De prins en de pater konden het goed met elkaar vinden, hoewel Oranje steeds meer onder invloed kwam te staan van hervormingsgezinde ideeën, terwijl Musius pal stond voor het katholieke geloof.

In juli 1572 kregen de calvinisten het voor het zeggen in Delft. De kloosters werden opgeheven en tal van religieuzen ontvluchtten de stad. Musius kreeg van Oranje een vrijgeleide om naar Amsterdam te trekken, dat nog in het katholieke kamp verkeerde. Nog voor hij Den Haag had bereikt, werd hij herkend en onderschept door een troep geuzen, de fanatiekste anti-papisten die er rondliepen. Zij brachten hem naar Leiden, waar hij werd onderworpen aan de vreselijkste martelingen. Musius weigerde zijn geloof te herroepen, waarna zij hem ophingen bij het stadhuis.

Toen Jan van de Velde zestig jaar na dato deze prent maakte, had de gereformeerde kerk een onaantastbare positie. De katholieken mochten hun geloof niet in het openbaar praktiseren, maar waren wel bezig zich opnieuw te organiseren en hun zelfbewustzijn op te vijzelen. Onderdeel daarvan was het ophalen en vastleggen van herinneringen aan het glorierijke verleden. De standvastigheid waarmee mensen als Musius de vervolging en zelfs het martelaarschap hadden ondergaan, werd de onderdrukte katholieken ten voorbeeld gesteld.

Inloggen
Share
Tweet
Share