Oranjes harde handen – Stadsarchief Delft
Stadsrekening 1574-1575 (Archief 1, inv.nr 4284, folio 130)

Stadsrekening 1574-1575 (Archief 1, inv.nr 4284, folio 130)

6 juni 2023:

Oranjes harde handen

Willem van Oranje vestigt zich in het najaar van 1572 in het Prinsenhof, waar hij in 1584 wordt vermoord. Hij verblijft hier slechts af en toe: in totaal 28 maanden, iets meer dan twee jaar. Dat is te weinig om Delft tot een veilige stad te maken.

De moord op Musius in december 1572, de vernielingen in de kerken in april 1573 en tal van andere incidenten maken duidelijk dat hij de situatie niet in de hand heeft. Maar misschien zou de situatie in Delft nog veel ernstiger zijn zónder de aanwezigheid van Oranje. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het volgende verhaal, opgetekend in een stadsrekening.

Cornelis Jan Beukelsz van Santen is thesaurier in het bestuursjaar dat loopt van 1 mei 1574 tot 30 april 1575. Het afwerken van de rekening duurt in rustige tijden al vele maanden en zeker in oorlogstijd is het een enorme klus. Die wordt in dit geval nog gecompliceerd doordat Cornelis op 20 mei 1575 overlijdt. Zijn zoon Frans moet het werk overnemen en kan de rekening uiteindelijk op 22 april 1580 overleggen aan de vroedschap. Die heeft tot 4 december nodig om akkoord te gaan, maar dan nog zijn er tal van losse eindjes. Één daarvan is de vergoeding van schade aan het huis van de thesaurier.

In oktober 1574 wordt er bij Cornelis namelijk ingebroken door een groep ‘bootgesellen’ ofwel geuzen uit Zeeland. Die doen Delft aan op weg naar Leiden om dat te ontzetten van een beleg door de Spanjaarden. Zij dwingen hem de stedelijke geldkist te openen en graaien het geld eruit. Hij is echter zo slim om te zeggen dat het niet zijn geld is, maar dat van Willem van Oranje. Daarop gooien zij het snel terug met woorden als: ‘Wij willen met bestevaer nijet te doen hebben, hij heeft harde handen.’ Maar natuurlijk blijft er toch geld zoek en bovendien grissen de soldaten bij het verlaten van het huis nog koper, tin, linnengoed en andere dingen mee. De vroedschap kent de erven een magere schadevergoeding toe van 25 gulden. Verder zullen zij net als de talloze anderen die onder oorlogsgeweld lijden, maar ‘patientie moeten hebben’, ofwel: geduld is een schone zaak.

Inloggen