De eerste kolonisten – Stadsarchief Delft
Lijst met namen van de eerste tien opgezonden bedelaars, ondertekend 15 mei 1822 (Archief 2, inv.nr 5968)

Lijst met namen van de eerste tien opgezonden bedelaars, ondertekend 15 mei 1822 (Archief 2, inv.nr 5968)

15 mei 2019:

De eerste kolonisten

Deze tien Delftenaren zijn uitverkoren. Het zijn de allereerste kolonisten uit het hele land die naar Ommerschans gaan. Daar verrijst een gloednieuw complex, waar zij een nieuwe start kunnen maken. Een verhuizing en een heropvoeding waar zij zelf overigens niet om gevraagd hebben.

Vanaf 1818 verrijzen in Drenthe en Overijssel grote landbouwkoloniën onder de wat verhullende naam Maatschappij van Weldadigheid. Armen werken er voor de kost. Zo snijdt het mes aan twee kanten: landbouwgrond wordt ontgonnen, armoede in de steden neemt af. Hoewel er weinig vrijwilligers op afkomen, breiden de koloniën gestaag uit. Er komt een strafkolonie voor wie zich niet aan de regels houdt en in 1822 wordt gewerkt aan een bedelaarsinstituut in Ommerschans. Een ‘instituut’ klinkt chique, maar het komt er op neer dat gemeenten tegen een jaarlijkse bijdrage zogenaamde ‘luilevende armen’ naar de koloniën deporteren.

Delft sluit als eerste stad in het land een contract af voor tien bedelaars. Hun namen staan op deze ‘nominative staat’ die op 15 mei 1822 wordt vastgesteld. De vijf vrouwen, drie mannen en twee kinderen zijn van de straat gehaald en in het stadhuis gevangengezet. Dat was wat voortvarend, want de bouw in Ommerschans is dan nog niet eens gestart. De armoedzaaiers moeten nog even in Delft blijven, tot groot chagrijn van het stadsbestuur. Voor het tiental een geluk bij een ongeluk: zij hebben onderdak en krijgen dagelijks een warme maaltijd.

Onder begeleiding van een politieagent arriveren de bedelaars op 7 september 1822 in een enorm complex waar de bouwvakkers nog bezig zijn. In het stamboek hebben zij de twijfelachtige eer de nummers A1 tot en met A10 te krijgen; duizenden bedelaars zullen hen nog volgen. In principe werken zij twee jaar in de kolonie en kunnen zij daarna weer in de gewone maatschappij aan de slag. De ideeën blijken te idealistisch. Slechts een handjevol kolonisten ontworstelt zich aan het armeluisbestaan. Als er geen werk voorhanden is of als je lichamelijke gebreken hebt, helpt daar geen bedelaarsinstituut aan.

Over dit Delftse tiental en duizenden anderen kolonisten schreef Wil Schackmann De bedelaarskolonie. De Ommerschans, het eerste landelijk gesticht voor luilevende armen (Amsterdam 2013)

Inloggen
Share
Tweet
Share
+1