De haverpacht van Pijnacker – Stadsarchief Delft
Voorzijde van het register van de haverpacht en de erfhuur van Pijnacker, 1771 (Archief 1, inv.nr 1173)

Voorzijde van het register van de haverpacht en de erfhuur van Pijnacker, 1771 (Archief 1, inv.nr 1173)

Titelpagina van het register van de haverpacht en de erfhuur van Pijnacker, 1771 (Archief 1, inv.nr 1173)

Titelpagina van het register van de haverpacht en de erfhuur van Pijnacker, 1771 (Archief 1, inv.nr 1173)

9 februari 2019:

De haverpacht van Pijnacker

Dat je in het Stadsarchief informatie over Pijnacker vindt, is niet zo gek. In 1995 bracht de toen nog zelfstandige buurgemeente haar archieven onder in Delft. Maar ook lang daarvoor was hier al heel wat te vinden over Pijnacker. Dat was vooral een gevolg van de geldnood van keizer Karel V. Die kreeg in 1555 zijn financiën weer eens niet rond en daarom klopte hij bij de Hollandse steden aan om leningen. Delft was bereid hem de kapitale som van 19.000 pond voor te schieten. De stad vroeg natuurlijk wel om een onderpand: een deel van de keizerlijke domeinen. Het beheer daarvan leverde voldoende inkomsten op om de jaarlijkse rente te dekken, tot de hoofdsom van de lening werd afgelost.

En zo inde de thesaurier van Delft opeens een aantal belastingen en accijnzen die voorheen in de keizerlijke kas belandden. Hij exploiteerde bijvoorbeeld de ambachtsheerlijkheid van Schoonderloo, bij Delfshaven. Daar mocht het stadsbestuur de schout en de secretaris aanstellen en de inkomsten uit die ambten opstrijken. Ook de veerrechten en de biertol van Schoonderloo incasseerde Delft, net als de visrechten in de Maas en in de Berkelse meren. Maar de grootste klap was de haverpacht van Pijnacker. Dat was een oeroude heffing op wat ooit het belangrijkste landbouwgewas van dit ambacht was. Oorspronkelijk werd die voldaan in natura, door afdracht van een bepaald gedeelte van de oogst aan de graaf van Holland, die de haver voerde aan zijn paarden. Met de opkomst van de geldeconomie werd de haverpacht steeds vaker afgekocht en uiteindelijk was het een ‘gewone’ grondbelasting.

Zoals gezegd: Delft zou deze rechten exploiteren tot de lening was afgelost. Maar keizer Karel V en ook zijn zoon Filips II slaagden daar niet in. En toen in 1568 de Opstand tegen het Spaanse gezag uitbrak, was de kans op aflossing definitief verkeken. De Staten van Holland eigenden zich de vorstelijke domeinen in het gewest toe en maakten ze te gelde om de opstand tegen hun voormalige eigenaar te financieren. In 1583 verwierf Delft het onderpand definitief in eigendom als vergoeding van de geleverde oorlogsinspanningen. Zodoende is de opbrengst van de haverpacht van Pijnacker tot de negentiende eeuw terug te vinden in de stadsrekeningen van Delft. Van tijd tot tijd legde de thesaurier een nieuw register aan waarin alle percelen en hun eigenaren stonden, zodat hij wist wie hoeveel moest betalen – zoals dit fraaie exemplaar van 1771, in een met goud bestempelde band.

Inloggen
Share
Tweet
Share
+1