Drie executies voor zeventien gulden – Stadsarchief Delft
Anoniem en ongedateerd portret van Christiaen van der Goes op 47-jarige leeftijd (TMS 75219)

Anoniem en ongedateerd portret van Christiaen van der Goes op 47-jarige leeftijd (TMS 75219)

Kwitanties voor schout Christiaen van der Goes, 1571 (Archief 1, inv.nr 4794)

Kwitanties voor schout Christiaen van der Goes, 1571 (Archief 1, inv.nr 4794)

20 november 2018:

Drie executies voor zeventien gulden

Schout Christiaen van der Goes is een intrigerende figuur in de Delftse geschiedenis. Hij was in functie van 1559 tot 1581. In de eerste elf jaar van zijn ambtsperiode moest hij in opdracht van de Spaanse koning hard optreden tegen iedereen die afbreuk deed aan het katholicisme. Hij vervolgde beeldenstormers en dopers en was verantwoordelijk voor heel wat executies van ‘ketters’. Je zou verwachten dat hij zo snel mogelijk na de omwenteling van 1572 werd vervangen door een overtuigde calvinist. Maar niets was minder waar: het nieuwe stadsbestuur wilde hem vooralsnog niet kwijt, hoewel hij katholiek was en bleef. Misschien had hij onder het oude regime wel stiekem kans gezien om ergere vervolgingen te voorkomen, of wist hij de nieuwe machthebbers ervan te overtuigen dat hij ook hen trouw zou dienen.

Pas in 1581 moest Van der Goes het veld ruimen na ruzie met een lid van de veertigraad. Hij meende echter nog een heleboel geld tegoed te hebben van het stadsbestuur. Zoals zo vaak het geval is met archieven: geschillen leiden tot het vastleggen en bewaren van dingen die anders verloren zouden zijn gegaan. Van der Goes verzamelde alle mogelijke bewijsstukken die zijn claim konden onderbouwen en liet ook de secretaris en de pensionaris van de stad afschriften maken van documenten die hem van nut zouden kunnen zijn. En zo komt het dat we bijvoorbeeld beschikken over een stapeltje kwitanties van Arent Claesz, meester ‘vanden scherpen zwaerde’, anders gezegd de beul, voor werkzaamheden die hij in opdracht van Christiaen van der Goes heeft uitgevoerd. Het is geen leesvoer voor mensen met een zwakke maag.

De schout liet Arent op 3 februari 1571 overkomen uit Haarlem. De dag daarna was het zondag en had hij ‘stille gelegen’, maar maandags ging hij aan het werk. Hij executeerde Maerten Jansz korendrager uit Delft en Jan Heyndricxz uit Zwartewaal, beiden wederdopers, ‘metten viere’ oftewel op de brandstapel. Vervolgens pijnigde hij Joriaen Jorisz, een schoenmaker en kramer uit Osnabrück. Dinsdags verzorgde hij de ophanging van Commer Euwoutsz, een schipper uit Brielle, waarna hij terugreisde naar Haarlem. Om een vakkundige beul te zijn, hoefde hij niet te kunnen schrijven: met een kruisje tekende hij de kwitantie voor de schout, in totaal zeventien gulden en achttien stuivers. O ja, en nog zes stuivers voor de drie koorden waarmee hij de terdoodveroordeelden wurgde.

Inloggen
Share
Tweet
Share
+1