Harman Schinckel onthoofd – Stadsarchief Delft
Titelpagina van Cantuale Novum (Bibliotheek, 59 C 26)

Titelpagina van Cantuale Novum (Bibliotheek, 59 C 26)

Laatste pagina van Cantuale Novum, waaruit blijkt dat het is gedrukt door Harman Schinckel in 1566 (Bibliotheek, 59 C 26)

Laatste pagina van Cantuale Novum, waaruit blijkt dat het is gedrukt door Harman Schinckel in 1566 (Bibliotheek, 59 C 26)

17 oktober 2018:

Harman Schinckel onthoofd

‘Adieu nu o beminde huysvrouw tot dat wy malkander in Godes Rycke weder sullen sien. Geschreven op mynen sterfdach den XXIII. July 1568.’ Enkele uren nadat drukker Harman Schinckel deze woorden onder aan zijn afscheidsbrief schreef, werd hij op de Markt onthoofd. Hij was amper 32 jaar oud.

Schinckel was een van de meest spraakmakende slachtoffers van de kettervervolging door de Raad van Beroerten. Die was ingesteld door de hertog van Alva, landvoogd van de Nederlanden namens koning Filips II van Spanje. In eerste instantie moesten degenen die betrokken waren geweest bij de Beeldenstorm van 1566 het ontgelden. Daarnaast werden lieden aangepakt die op enige manier ketterse ideeën verspreidden. Het sprak vanzelf dat bijvoorbeeld schoolmeesters en boekdrukkers met argusogen werden gevolgd. Harman Schinckel was het allebei. Als ondermeester van de Latijnse school verzorgde hij het zangonderwijs. In zijn huis op de hoek van de Schoolstraat en de Oude Delft ging hij vanaf 1563 boeken drukken, onder meer plakkaten tegen ketterij en een verhandeling van inquisiteur Wilhelmus Lindanus over de mis. Deze werken berusten in de bibliotheek van het Stadsarchief, net als het hier afgebeelde Cantuale Novum. Dit ‘nieuw liedboek’ werd door Schinckel zelf samengesteld en geldt als zijn voornaamste werk.

In 1566, toen het even leek alsof de calvinisten meer vrijheden zouden krijgen, drukte Schinckel zijn eerste werken van protestantse snit. Van zijn pers kwamen onder meer een catechismus, een psalmboek en een geloofsbelijdenis die niet door de beugel van de katholieke censuur konden. Ook toen de teugels door Alva werden aangetrokken, ging hij door met het drukken en verspreiden van ketterse werken. Begin 1568 werd hij gearresteerd en langdurig verhoord. De Delftse schepenen durfden niet anders dan het doodvonnis uitspreken, omdat zij vreesden dat Alva hen bij elke andere beslissing vreselijk zou straffen.

Schinckel droeg zijn lot waardig. De afscheidsbrieven aan zijn vrouw, zijn twee dochtertjes en zijn zoontje gaan door merg en been, maar nergens geeft hij zich over aan zelfbeklag. De tekst van die brieven is bekend uit een boekje dat in 1652 werd uitgegeven door zijn achterkleinzoon Theodorus Verburgh. Op de valreep van 2018 mocht het Stadsarchief dit uiterst zeldzame werkje toevoegen aan de collectie. Annet Thoms schonk het exemplaar dat in haar familie berustte, zodat het veilig wordt bewaard en door iedereen kan worden geraadpleegd.

Inloggen
Share
Tweet
Share