Drie rijtuigen, twee karren en één schaap – Stadsarchief Delft
Daglijst van de tolgelden in het tolregister van de Haagweg, juli 1888 (Archief 2, inv.nr 5949)

Daglijst van de tolgelden in het tolregister van de Haagweg, juli 1888 (Archief 2, inv.nr 5949)

1 mei 2019:

Drie rijtuigen, twee karren en één schaap

Vanaf 1 mei 1863 is Delft heer en meester over de jaagpaden langs de Vliet. Lange tijd onderhoudt de stad deze belangrijke verbindingsroute samen met Den Haag, vrijwel altijd in goed overleg. Nu er steeds meer en zwaarder verkeer over de kaden komt, slijt de bestrating sneller dan ooit en ligt de afspraak onder druk. Provinciale Staten komen er aan te pas om een nieuwe regeling vast te stellen, want wie moet al dat onderhoud betalen?

Na de uitspraak in 1863 is dat duidelijk. Delft krijgt het volledige eigendom ‘om niet’ en is daarmee verantwoordelijk voor het gehele onderhoud, van het aanbrengen van de rolpalen tot de bestrating van het voetpad. Zelfs het ‘behoorlijk uitdiepen’ van de vaargeul behoort tot het takenpakket. Daar staat wel iets tegenover: ook alle tolgelden zijn voortaan alleen voor Delft.

De tolregisters in het Stadsarchief laten van dag tot dag zien wat dat oplevert. Op 13 juli 1888 bijvoorbeeld passeren 32 grote rijtuigen, 142 kleine rijtuigen, 17 ezels- of hondenkarren en 4 losse paarden of muildieren het tolhuis. Zware rijtuigen en grote hoefdieren kosten meer, gezien de schade die zij aan de paden toebrengen. De tolbaas int hier 20 gulden en 5 cent voor. Het is daarmee voor hem een gemiddelde werkdag. Op marktdagen heeft hij het drukker, getuige de cijfers op donderdag 19 juli in diezelfde week. Dan noteert hij bijna 32 gulden in het register, afkomstig van eigenaren van 25 grote rijtuigen, 252 kleine rijtuigen, 7 karren, 5 losse paarden, 75 runderen en nog eens 75 kalveren, varkens, schapen of geiten. De dieren voor de veemarkt tikken lekker aan.

Tolheffing verdwijnt als het wegennet zich uitbreidt en het Rijk een groot deel van het wegonderhoud overneemt, deels bekostigd uit de in 1926 ingevoerde motorrijtuigenbelasting. Omdat Delft net in dat jaar groot onderhoud pleegt en onder meer de Reineveldbrug in de steigers staat, krijgt de stad nog even respijt. In 1932 is er geen ontkomen meer aan en moet de stad ook dit tolregister sluiten.

Inloggen
Share
Tweet
Share
+1