Geld doet wonderen – Stadsarchief Delft
Bouwtekening voor de oudkatholieke kerk door Gerard Gise, 1743. (TMS 64393)

Bouwtekening voor de oudkatholieke kerk door Gerard Gise, 1743. (TMS 64393)

20 juni 2019:

Geld doet wonderen

Nicolaes Broedersen (1679-1762) geldt als bouwpastoor van de fraaie oudkatholieke kerk op het Bagijnhof. Hoe hij die klus klaart, is tot in detail bekend. Broedersen bewaart namelijk alle kwitanties en verwerkt die keurig in de rekening, zoals het hoort. Vervolgens schrijft hij die nog eens over in het net en bovendien noteert hij in een goed lopend verhaal hoe de bouw verlopen is.

In 1743 constateren pastoor Broedersen, onderpastoor Petrus Broekman en kosteres Anna van Loon dat de bestaande kerk hard aan vervanging toe is. Broedersen heeft goede contacten met het stadsbestuur. Dat is niet vanzelfsprekend in een tijd waarin de gereformeerden de boventoon voeren en katholieken alleen in schuilkerken bij elkaar mogen komen. Op 5 april gaat hij eens buurten bij burgemeester Willem van Berckel, met wie hij al eerder zaken heeft kunnen doen. Het balletje gaat direct aan het rollen. Op zondag 28 april verleent het stadsbestuur officieel toestemming voor nieuwbouw. Van Berckel beveelt zelfs een architect aan: Gerard Gise, een katholiek, van wiens diensten hij zelf ook wel eens gebruik maakt.

Op 4 juni begint de afbraak van de twee huizen die moeten wijken voor de nieuwe kerk en precies een maand later leggen de vier kinderen van Jan Cock op elke hoek een eerste steen. Er wordt hard gewerkt, want op 15 augustus is het hoogste punt al bereikt. Er zijn dan ook heel wat mensen in touw: als op 7 september het dak snel dicht moet omdat het dreigt te gaan regenen, leggen vijftig mannen in twee uur tijd alle pannen erop. Vlak voor Kerst, op de vierde zondag van Advent, kan Broedersen de eerste mis opdragen.

De pastoor kan meer dan tevreden zijn, letterlijk. Voor aanvang van de werkzaamheden wordt hem te verstaan gegeven dat de nieuwe kerk absoluut niet groter mag worden dan de oude. Deze voorwaarde stelt het stadsbestuur op aandringen van de gereformeerde kerkenraad: die wil niet dat katholieken en oudkatholieken meer ruimte krijgen dan ze al hebben. De stadsfabriek, een soort directeur openbare werken, moet zowel de oude als de nieuwe kerk nauwkeurig meten om te controleren of aan de voorwaarde is voldaan. Maar Broedersen weet hoe het werkt. In zijn rekening staat een post van ruim vijftien gulden die de stadsfabriek zijn toegestopt, ‘opdat onze oude kerk wat gunstig zoude gemeten worden’. Geld doet wonderen.

Inloggen
Share
Tweet
Share