Het raadsel van Kensington Palace – Stadsarchief Delft
Boedelinventaris van Kensington Palace in Londen, oktober 1696 (Archief 72, inv.nr 11858)

Boedelinventaris van Kensington Palace in Londen, oktober 1696 (Archief 72, inv.nr 11858)

11 april 2019:

Het raadsel van Kensington Palace

Het is heel verrassend om in het Delftse Stadsarchief een boedelinventaris van Kensington Palace uit 1696 te vinden. Op zoek naar een verklaring val je van de ene verbazing in de andere en blijkt dat het verhaal nog steeds niet af is.

Het begint allemaal in 1669 met de aankomst van Simon de Brienne en zijn vrouw Maria Germain in Den Haag. Ze zijn afkomstig uit Frankrijk. In 1676 wordt Simon aangesteld als postmeester. Hij is verantwoordelijk voor al het briefverkeer tussen Den Haag en de Zuidelijke Nederlanden, Frankrijk en Spanje. Tien jaar later volgt zijn vrouw hem op in dit ambt. Simon zelf is intussen namelijk kamerheer geworden van stadhouder Willem III. Als die in 1689 koning van Engeland wordt, benoemt hij Simon tot ‘keeper of the wardrobe’ van Kensington Palace, oneerbiedig gezegd: ‘hoofd klerenkast’. Dat is blijkbaar een lucratief baantje, want in 1699 doet Simon het over aan een ander voor 1.550 pond plus een vat Bourgogne.

Simon en Maria worden schathemeltjerijk. Ze hebben een huis op de Vijverberg in Den Haag en een buitenplaats in Voorburg – maar geen kinderen. Simon stopt zijn vermogen in een fonds dat na zijn dood uitkeringen moet doen aan familieleden. Dit fonds geeft hij in beheer aan de Weeskamer van Delft. Dat verklaart waarom zijn boedelpapieren hier berusten.

Maar het verhaal gaat verder. In Simons archief in de Delftse Weeskamer bevindt zich een kist met brieven die niet zijn afgehaald of onbestelbaar retour zijn gekomen. Die heeft hij bewaard hij voor het geval er nog iemand om zou komen en de portokosten betaalde. In 1860 neemt het ministerie van Financiën het beheer van het fonds over en verhuist de kist daarheen. Enkele jaren na de opheffing van het fonds in 1922 belandt hij in het Postmuseum, nu het Museum voor Communicatie. Decennialang staat hij daar te staan.

In 2015 stort een team van onderzoekers zich op deze schat van 2.600 brieven. Ze worden nu bestudeerd als bronnen voor de geschiedenis van de materiële cultuur, met vragen als: wat voor papier gebruikte men en welke inkt, hoe werd een brief gevouwen en verzegeld? Maar natuurlijk gaat het ook om de inhoud: alle brieven worden gepubliceerd op internet (www.brienne.org). Heel bijzonder is dat de 600 nooit geopende brieven leesbaar worden gemaakt met geavanceerde scantechnieken, zodat de zegels niet hoeven te worden verbroken. Wie weet wat voor verrassingen hier nog uit gaan komen.

Inloggen
Share
Tweet
Share
+1