Hoofdstad van de Kabeljauwen - Stadsarchief Delft
Schoolplaat uit 1856 met de overgave van Delft aan hertog Albrecht, met foutief jaartal 1358 in plaats van 1359 (TMS 75089)

Schoolplaat uit 1856 met de overgave van Delft aan hertog Albrecht, met foutief jaartal 1358 in plaats van 1359 (TMS 75089)

Het verbond tussen de Kabeljauwse steden, 26 september 1351 (Archief 1, inv.nr 2693, charter 10259)

Het verbond tussen de Kabeljauwse steden, 26 september 1351 (Archief 1, inv.nr 2693, charter 10259)

12 december 2018:

Hoofdstad van de Kabeljauwen

Delft is vermoedelijk nooit machtiger geweest dan in 1351. Er woedde een felle strijd om de opvolging in het graafschap Holland tussen Willem van Beieren en zijn moeder Margaretha. De meeste steden kozen voor Willem; hun aanhangers werden om onbekende redenen Kabeljauwen genoemd. De adel koos overwegend voor Margaretha; zij heetten Hoeken of haken, waarmee kabeljauw kon worden gevangen. In 1351 werd Willem uitgeroepen tot graaf. Dat gebeurde in Delft, waar hij zijn hoofdkwartier vestigde. In het Delftse stadsarchief berust dan ook de beroemde oorkonde van 26 september 1351, die wel het Kabeljauws verbond wordt genoemd. Twaalf steden beloofden elkaar bij te staan om Willem in het zadel te houden. Elf van de twaalf originele zegels hangen er nog aan.

De trouw aan Willem legde Delft geen windeieren, want hij beloonde zijn volgelingen rijkelijk. Maar dat veranderde na 1354, toen hij zich verzoende met zijn moeder. De invloed van de adel nam weer toe, zeker toen Willem in 1357 werd getroffen door een hersenbloeding. Zijn jongere broer Albrecht kwam over uit Beieren om Holland als ‘ruwaard’ ofwel regent te gaan besturen. De twisten tussen Hoeken en Kabeljauwen laaiden weer op. Ook in Delft was het onrustig en kwam het zelfs tot gewelddadigheden. In maart 1359 pleegden Delftenaren samen met Kabeljauwse edelen een overval op Polanen en Binkhorst, kastelen van vooraanstaande Hoekse edelen. Toen zij zich ook nog eens vergrepen aan de grafelijke gevangenis in Den Haag, was de maat vol.

In april 1359 sloeg Albrecht het beleg voor Delft. Van heinde en verre werden manschappen en materieel opgetrommeld. Uit Utrecht kwam een grote ‘donderbus’ en een partij kruit, uit Heusden een stormram, Engelse bogen en 48.000 pijlen. Tot een bestorming kwam het niet: op 10 juni gaf Delft zich over. Het werd een plechtigheid vol symboliek en ritueel. De vier burgemeesters moesten als eersten de stad uitkomen en de sleutels aanbieden aan Albrecht. Duizend mannen smeekten hem blootshoofds en barrevoets om hun leven te sparen. Zij werden bijgevallen door vijfhonderd vrouwen met loshangend haar en in hun beste kleren. De stad moest de wallen slechten, de grachten dempen en de poorten slopen. Bovendien moest de bevolking een enorme boete betalen, die jarenlang de economische ontwikkeling van de stad afremde. Delft was voorspoedig begonnen in 1246 en hoog geklommen in 1351, maar in 1359 diep gevallen.

Tot en met 14 januari 2019 is in het stadskantoor een tentoonstelling te zien over het ontstaan van Holland. Hierin wordt ook aandacht besteed aan het beleg van Delft in 1359.

Inloggen
Share
Tweet
Share
+1