Kerkhofgeheimen – Stadsarchief Delft
Kaart van het pesthuis en omgeving, in 1656 getekend door Jacob Spoor. Links de tegenwoordige Oranje Plantage, linksboven de Hopstraat. (TMS 65328)

Kaart van het pesthuis en omgeving, in 1656 getekend door Jacob Spoor. Links de tegenwoordige Oranje Plantage, linksboven de Hopstraat. (TMS 65328)

30 maart 2019:

Kerkhofgeheimen

Op 29 december 1657 vond een bijzondere transactie plaats. De regenten van het Oude en Nieuwe Gasthuis kregen van het stadsbestuur een spiksplinternieuw pesthuis. Het was gebouwd aan de oostkant van de stad, ter plaatse van de huidige Vondelstraat.

De directe aanleiding voor de bouw van een nieuw pesthuis was de Kruithuisramp van 1654. Daarbij werd het bestaande pand aan de Verwersdijk zwaar beschadigd. De burgemeesters besloten van de nood een deugd te maken en het pesthuis meteen te verhuizen naar een plek buiten de stad. Volgens de nieuwste medische inzichten konden lijders aan zo’n zeer besmettelijke ziekte beter worden geïsoleerd. Die behoefte aan afzondering gold zelfs tot na de dood. Behalve een gebouw kregen de regenten van het Gasthuis ook een geldbedrag om grond te kopen voor een kerkhof. Op deze kaart, die is gemaakt in 1656, is dat alvast ingetekend.

Wat men toen nog niet wist, was dat de pest op zijn retour was. De meest recente uitbraak van 1650-1655 was al veel minder heftig geweest dan eerdere epidemieën, toen duizenden Delftenaren waren gestorven. Na 1664 kwam de ziekte zelfs helemaal niet meer voor in Delft. Het pesthuis kwam echter niet leeg te staan. Het Oude Gasthuis was namelijk vanouds een belangrijk centrum voor de behandeling van pokken en geslachtsziekten als syfilis. De hele afdeling besmettelijke aandoeningen werd nu overgebracht naar het pesthuis. Veel van de patiënten waren soldaten, die tijdens hun campagnes nogal eens wat opliepen. Na de Franse inval van 1795 werd het gebouw volledig bestemd tot militair hospitaal. Het was binnen enkele jaren compleet uitgewoond en in 1812 viel het ten prooi aan de slopershamer.

Toen vanaf 1829 het begraven binnen de bebouwde kom werd verboden, maakte het stadsbestuur plannen om het kerkhofje van het pesthuis uit te breiden en er een gemeentelijke begraafplaats van te maken. De kosten voor ophoging van dit laaggelegen terrein waren echter te hoog. Uiteindelijk werd gekozen voor het bolwerk buiten de Haagpoort, het tegenwoordige Kalverbos. Toch kreeg het begraafplaatsje een tweede leven: in 1845 werd het in gebruik gegeven aan de Joodse gemeenschap. De laatste begrafenis vond er plaats in 1938, sindsdien werden Delftse Joden begraven in Den Haag. Joodse graven worden nooit geruimd en zo kan het dat hier, middenin een woonwijk, nog altijd graven te vinden zijn.

Inloggen
Share
Tweet
Share