Kloosterverbod – Stadsarchief Delft
Hertog Filips van Bourgondië staat Delft toe om het oprichten van kloosters te verbieden, 18 oktober 1466 (Archief 1, inv.nr 3418, charter 7112)

Hertog Filips van Bourgondië staat Delft toe om het oprichten van kloosters te verbieden, 18 oktober 1466 (Archief 1, inv.nr 3418, charter 7112)

Opgraving van het kartuizerklooster, gefotografeerd door Openbare Werken, 1959 (TMS 131929)

Opgraving van het kartuizerklooster, gefotografeerd door Openbare Werken, 1959 (TMS 131929)

13 september 2018:

Kloosterverbod

Sinds het begin van de vijftiende eeuw werd Delft in snel tempo een stad vol kloosters. In zeventig jaar tijd ontstonden er liefst tien. Sommige hadden slechts een tiental bewoners, maar het Sint-Agathaklooster telde niet minder dan 150 zusters. Naar schatting woonde in 1470 ongeveer 5% van de Delftse bevolking in kloosters en besloegen die zo’n 8% van de stedelijke ruimte. Voor veel mensen was de maat daarmee meer dan vol. Zij vonden dat kloosterlingen net als priesters leefden op de zak van anderen, zonder zelf een bijdrage te leveren aan de economie. Sterker nog: zij kochten en erfden huizen en landerijen en onttrokken die aan het economisch verkeer. Met andere woorden: het goed ‘in de dode hand’ werd steeds groter.

Ook het stadsbestuur zag het groeiende aantal kloosters met lede ogen aan. Het wierp zich op als spreekbuis van de critici en probeerde verdere uitbreiding te voorkomen. In 1466 kreeg het van hertog Filips, graaf van Holland, de toezegging dat hij geen nieuwe stichtingen zou toestaan binnen de stadsgrenzen en tot een halve mijl daarbuiten, tenzij het stadsbestuur ermee instemde. Hoeveel belang de stad aan dit privilege hechtte, blijkt uit de bevestigingen die zij de volgende drie jaren vroeg en kreeg: van de bisschop, van de pauselijke gezant en van Filips’ zoon en opvolger Karel de Stoute.

In 1469 kwam toch nog een klooster tot stand bij Delft, maar buiten de halve-mijlszone. Op initiatief van Frank van Borselen, weduwnaar van Jacoba van Beieren, vestigden zich ten zuiden van de Buitenwatersloot kartuizers. Hun orde was geliefd dankzij strenge tucht en voorbeeldige devotie. Zelfs of misschien moeten we zeggen: juist mensen uit de Delftse elite schonken gul om de nieuwe stichting van de grond te krijgen. Tot de opheffing in 1573 leidden de broeders hun leven in vrome afzondering. Toen werd het klooster gesloopt en de fundamenten waren bijna vier eeuwen aan het oog onttrokken. Maar in 1959 werd het terrein bouwrijp gemaakt voor een nieuwe woonwijk. Er vond een spectaculaire opgraving plaats, waarbij vrijwel de complete plattegrond kon worden blootgelegd.

Inloggen
Share
Tweet
Share
+1