Onbewoonbaar verklaard – Stadsarchief Delft
Onbewoonbaar verklaarde woning Gasthuislaan 145, 1962, foto W.L. van der Poel. (TMS 116912)

Onbewoonbaar verklaarde woning Gasthuislaan 145, 1962, foto W.L. van der Poel. (TMS 116912)

Rapportages woontoestand en onbewoonbaarverklaringen, Gasthuislaan 177. (Archief 653 inv.nr 3453)

Rapportages woontoestand en onbewoonbaarverklaringen, Gasthuislaan 177. (Archief 653 inv.nr 3453)

16 juli 2019:

Onbewoonbaar verklaard

Sinds de Woningwet van 1901 zijn huurders niet meer vogelvrij. De gemeente mag regels stellen aan de huisbazen en mag woningen zelfs onbewoonbaar verklaren. Hoe dit in Delft in zijn werk gaat, is voor de periode van 1951 tot 1974 in een groot aantal dossiers precies na te lezen.

Op 16 juli 1951 komt de woninginspecteur op bezoek in de benedenwoning Gasthuislaan 177. Een gezin van negen personen heeft daar de beschikking over een oppervlakte van 55 vierkante meter, verdeeld over vier kamers. De woning kampt met ernstige vochtverschijnselen en heeft verouderde voorzieningen. De twee bedsteden bieden onvoldoende frisse lucht en de privaatton houdt qua hygiëne niet over. De algemene toestand is ‘slecht, verwaarloosd, vervallen’. Slechts de onbebouwde ruimte, vermoedelijk een plaatsje achter het huis, kan ermee door met ‘voldoende’. De woning is ongeschikt voor bewoning en kan ook niet opgeknapt worden binnen de regels van de Woningwet. De woninginspecteur sluit dit rapport op 2 augustus 1951 dan ook af met de conclusie dat hij de woning onbewoonbaar moet verklaren.

In het dossier zit ook een brief van de bewoner aan Openbare Werken: ‘Meheer, neem me niet kwalijk als dat ik u even schrijft.’ De bewoner somt de gebreken op: ‘haast ter gehele dag’ moet het licht aan omdat het zo donker is, ‘de ruiten zitten aan een zijde draad’ en zelfs als de kachel brandt is alles vochtig. Vreemd is dat hij de brief in november 1951 schrijft. De woning is dan al onbewoonbaar verklaard, maar het gezin woont er nog steeds zonder uitzicht op verbetering of op andere woonruimte. Sterker nog. Als reactie ontvangt de briefschrijver een bericht van het college van burgemeester en wethouders dat zijn klacht een onbewoonbaar verklaarde woning betreft: ‘In dit stadium kunnen er dus geen eisen tot verbetering worden gesteld.’ Hoezo met een kluitje in het riet gestuurd worden?

In januari 1952 hamert de gemeenteraad de onbewoonbaarverklaring af. Deze woning moet binnen zes maanden ontruimd zijn nadat in maart het bord met ‘onbewoonbaar verklaarde woning’ op de buitenzijde is aangebracht. De directeur van Openbare Werken bericht op 1 mei dat dit op 19 april 1952 ook daadwerkelijk gebeurd is. En het gezin? Dat krijgt op 10 juni 1953 (!) een ander huis toegewezen in de Dirklangendwarsstraat 5. ‘De verhuizing vindt deze week nog plaats’, zo noteert de directeur van Centraal Woningbeheer bijna monter. Dat klinkt daadkrachtig en mede daarom is het goed dat de onderliggende dossiers bewaard zijn. Het kan geen kwaad de traag malende ambtelijke molens af en toe eens bloot te leggen.

Inloggen
Share
Tweet
Share