Patiëntendossier – Stadsarchief Delft
Zuster Anna, werkzaam in het Bethelziekenhuis, ca. 1900, foto F.C.F. Gräfe (TMS 75994)

Zuster Anna, werkzaam in het Bethelziekenhuis, ca. 1900, foto F.C.F. Gräfe (TMS 75994)

Patiëntenregister Bethelziekenhuis, 1900-1905 (Archief 262, inv.nr 414)

Patiëntenregister Bethelziekenhuis, 1900-1905 (Archief 262, inv.nr 414)

1 februari 2019:

Patiëntendossier

Het inzien van een medisch dossier kan tegenwoordig niet zomaar, en terecht. Dat maakt het doorbladeren van de drie overgeleverde patiëntregisters uit het Bethelziekenhuis extra bijzonder. Over de periode van 1900 tot 1920 staan hierin de gegevens van Delftenaren die een beroep deden op de geneeskundige verzorging in dit hospitaal, een van de voorlopers van het Reinier de Graaf.

De ziekenzorg is in deze jaren verzuild. Het Sint-Jorisgasthuis en het Oude en Nieuwe Gasthuis vallen onder toezicht van de gemeente, vanaf 1886 is het Sint-Hippolytusziekenhuis er voor katholieke Delftenaren en een goede tien jaar later opent het protestantse Bethelziekenhuis zijn deuren. De Vereeniging Christelijke Wijk- en Ziekenverpleging is de bakermat van dit laatste ziekenhuis, dat in 1899 start in een herenhuis aan Oude Delft 209. In het eerste jaar heeft Bethel twaalf bedden beschikbaar en biedt het hulp aan 52 patiënten, verdeeld naar eerste, tweede en derde klasse. Wie meer kan betalen, krijgt een grotere kamer en een uitgebreider diner.

Dina Schram is de eerste patiënte in het register; zij komt op 1 februari 1900 in het Bethelziekenhuis terecht. Dokter De Lint is haar behandelend arts, de rekening gaat naar haar vader. Er staat niet waar zij aan lijdt. Waarschijnlijk hebben de verpleegkundigen genoeg aan de behandelinformatie: Dina wordt ‘geïrrigeerd, gemasseerd, geëlectriseerd’ en met koude, natte lakens behandeld. Verder volgt zij een dieet van eieren, melk, soep, rijst en later ook vlees. Dit alles heeft effect want na een goede twee maanden wordt zij ontslagen. Dina komt nog wel terug, maar dan in de polikliniek.

De aantekening ‘godsdienstige gezindte’ lijkt overbodig. Verderop in het patiëntregister blijkt echter dat de scheidslijn niet altijd zo strikt is. Baby Bertus de Koning komt uit een katholiek nest, maar belandt op 23 april 1901 in het Bethelziekenhuis. Het vier maanden oude jongetje lijdt aan invaginatie, een probleem aan de darmen dat ernstige buikpijn oplevert. Bertus ondergaat een behandeling met ‘lauw warme lavementen’, een darmspoeling, verzacht door een beetje laudanum, opium opgelost in Malagawijn. Vier dagen later mag het manneke weer met zijn ouders mee naar huis. Zij zullen in hun Weesgegroet die avond vast ook de protestantse verpleegsters hebben meegenomen. Oecumene ten top.

Inloggen
Share
Tweet
Share
+1