Postuum op de brandstapel – Stadsarchief Delft
Portret van David Joris uit 1554. (TMS 59834)

Portret van David Joris uit 1554. (TMS 59834)

Het belangrijkste werk van David Joris is ’t Wonderboeck. De eerste editie is van 1542, het Stadsarchief bezit een uitgave uit 1551. (Bibliotheek)

Het belangrijkste werk van David Joris is ’t Wonderboeck. De eerste editie is van 1542, het Stadsarchief bezit een uitgave uit 1551. (Bibliotheek)

30 mei 2019:

Postuum op de brandstapel

Hemelvaartsdag 1528. Een processie trekt vanuit de Nieuwe Kerk door de stad. Opeens klinkt geschreeuw. ‘Valsche ypocriten!’ – het liegt er niet om wat Delftse priesters en monniken van hun stadgenoot David Joris naar hun hoofd geslingerd krijgen. Net als Maarten Luther nagelt hij pamfletten aan de kerkdeuren, waarin hij geestelijke en wereldlijke gezagsdragers de schuld geeft van wantoestanden in de kerk. Maar hij schroomt niet om ook het kerkvolk aan te spreken, zoals tijdens deze processie. Hij schreeuwt de vrome deelnemers toe dat ze ‘upten dwaelwech’ zijn. De verering van heiligen is volgens hem zinloos en de paus maakt hij zelfs uit voor Antichrist.

David moet zijn actie duur bekopen. De Delftse schepenbank veroordeelt hem tot zes weken huisarrest, maar schout Jan de Huyter gaat in beroep bij het Hof van Holland. Dat doet er een forse schep bovenop. David wordt op een schavot op de Markt gegeseld, daarna een half uur te pronk gesteld met een priem door zijn tong en vervolgens voor drie jaar uit de stad verbannen. Wie denkt dat hij nu zijn toon wel zal matigen, komt bedrogen uit. Na zijn terugkeer uit ballingschap sluit hij zich aan bij de wederdopers, een sekte die fel wordt vervolgd. In 1535 ontsnapt hij ternauwernood aan arrestatie en vlucht hij naar Straatsburg.

Als hij na een paar jaar opnieuw terugkeert naar Delft, slaat hij een geheel nieuwe richting in. Hij schrijft een aantal mystieke werken waarin hij zich presenteert als profeet. Van heinde en verre tekt hij volgelingen, die zich in een soort commune overgeven aan bizarre braspartijen. Eind 1538 grijpt de schout in en verricht tientallen arrestaties. In twee maanden tijd worden 28 van Davids aanhangers geëxecuteerd. Hijzelf weet opnieuw te ontkomen, zijn moeder niet: zij wordt onthoofd.

David vestigt zich na vele omzwervingen in Bazel onder de schuilnaam Jan van Brugge. Tot zijn dood in 1556 leeft hij er in weelde, dankzij de gulle gaven van zijn nog altijd grote schare volgelingen. Pas drie jaar na zijn overlijden ontdekken de Bazelse autoriteiten wie hij werkelijk is geweest. Zij laten zijn lichaam opgraven en alsnog verbranden. Zo doe je dat met een ketter.

Inloggen
Share
Tweet
Share