Vader loopt int wilt – Stadsarchief Delft
Bladzijde uit het ‘Bedelaer-bouck’, 1597-1610 (Archief 447, inv.nr 1063)

Bladzijde uit het ‘Bedelaer-bouck’, 1597-1610 (Archief 447, inv.nr 1063)

1 april 2019:

Vader loopt int wilt

In de Middeleeuwen is armenzorg een taak van de Heilige-Geestmeesters. Het geld dat zij ontvangen uit kerkcollectes, erfstellingen en legaten beleggen zij in landerijen en renten. Met de opbrengst van dat kapitaal lenigen zij de ergste nood onder de armen. In 1572 komen de kerken in handen van de calvinisten. Er wordt voortaan gecollecteerd voor de diaconie, die alleen de behoeftige lidmaten van de gereformeerde gemeente bedient. De Heilige Geest moet zich ontfermen over alle andere armen. Onder hen zijn veel mensen uit de Zuidelijke Nederlanden, die het oorlogsgeweld ontvluchten. Verreweg de meesten hebben geen geld en geen werk en moeten bedelen om aan de kost te komen.

Het stadsbestuur richt in 1597 de Kamer van Charitate op. Zes charitaatmeesters moeten voorkomen dat mensen tot armoede vervallen en als dat toch gebeurt, de overlast van bedelarij beperken. De Kamer stelt zich garant voor de afzet van de producten van thuiswerkende textielarbeiders, sticht een armenschool waar kinderen uit onvermogende gezinnen een ambacht kunnen leren, en ziet erop toe dat kinderen die werken, een contract en een fatsoenlijk loon krijgen. Wie desondanks niet rondkomt, kan bij de charitaatmeesters een bedelvergunning aanvragen. Die is drie maanden geldig, waarna zij de situatie opnieuw beoordelen. Wie zonder vergunning bedelt, wordt de stad uitgezet.

De grootste problemen bestaan in eenoudergezinnen, vaak het gevolg van het overlijden van vader of moeder. Ook zijn veel vaders als soldaat of zeeman lange tijd van huis, zonder dat duidelijk is wanneer zij terugkomen en of zij nog wel leven. En soms lezen we dat ‘vader loopt int wilt’, dus is vertrokken met onbekende bestemming. Voor een alleenstaande ouder is het nagenoeg onmogelijk om voor kinderen te zorgen én de kost te verdienen. Dan rest niets anders dan het aanvragen van een bedelvergunning in afwachting van betere tijden. Verder komen we passanten tegen, vermoedelijk vooral vluchtelingen. Zij mogen korte tijd bedelen, maar worden dan geacht te gaan werken voor de kost of verder te trekken. Onder hen is de achttienjarige Jannetgen Jansdochter uit Weert, ‘een persoon van cleine statuere’.

Het preventiebeleid van de Kamer wordt geen succes en het lukt ook niet om de bedelarij te beteugelen. In 1614 besluit het stadsbestuur de Kamer van Charitate samen te voegen met de diaconie en de Heilige Geest. Samen ontwikkelen zij een ingenieus systeem voor steunverlening aan de armen en bedelarij wordt volledig verboden. Het register van bedelvergunningen kan dicht.

Inloggen
Share
Tweet
Share
+1