Van Leeuwenhoek en de kolenhandel – Stadsarchief Delft
Gravure van de medaille die Antoni van Leeuwenhoek in 1716 ontving van de universiteit van Leuven. (TMS 70034)

Gravure van de medaille die Antoni van Leeuwenhoek in 1716 ontving van de universiteit van Leuven. (TMS 70034)

Brief van Anthoni van Leeuwenhoek aan het stadsbestuur over de kolenmaat, 8 april 1701. (Archief 1, inv.nr 1849)

Brief van Anthoni van Leeuwenhoek aan het stadsbestuur over de kolenmaat, 8 april 1701. (Archief 1, inv.nr 1849)

24 juni 2019:

Van Leeuwenhoek en de kolenhandel

‘Zijn werk ligt in het kleine, maar klein is niet zijn roem.’ Zo luidt de vertaling van het Latijnse vers op deze medaille. Hij wordt in 1706 door de universiteit van Leuven geschonken aan Antoni van Leeuwenhoek (1632-1723) voor zijn verdiensten voor de wetenschap. Dat is een grote eer voor iemand die geen academische studie heeft gevolgd.

Van Leeuwenhoek verwerft zijn faam door als autodidact baanbrekend onderzoek te verrichten met zelfgemaakte microscoopjes. Als eerste mens ooit ziet hij rode bloedlichaampjes, bacteriën en spermatozoïden. In 1673 schrijft hij op aandringen van Reinier de Graaf over zijn ontdekkingen aan de Royal Society in Londen. Er zullen honderden brieven volgen, die door het geleerde genootschap worden vertaald, besproken en in druk uitgegeven. In 1680 wordt Van Leeuwenhoek benoemd tot ‘fellow’, enigszins te vergelijken met de verlening van een eredoctoraat.

Intussen moet er natuurlijk ook brood op de plank komen. Van Leeuwenhoek is boekhouder van een lakenhandelaar tot hij in 1655 een eigen winkel in fournituren begint op de Hippolytusbuurt. Door zelfstudie behaalt hij het diploma landmeten. In 1660 wordt hij kamerbewaarder in het stadhuis, wat hem allerlei opdrachten in stedelijke dienst oplevert. Zo is Van Leeuwenhoek in 1676 curator over de insolvente boedel van Johannes Vermeer. Zij zijn leeftijdgenoten en staan zelfs op dezelfde bladzijde in het doopboek van de Nieuwe Kerk. Maar als Vermeer overlijdt op zijn 43ste, heeft Van Leeuwenhoek nog meer dan een half leven voor zich.

In het archief van het stadsbestuur zitten enkele brieven die Van Leeuwenhoek stuurt aan zijn broodheren. Ze gaan niet over microscopische onderzoekingen, maar hebben wel een wetenschappelijke achtergrond. Ze hebben betrekking op een geschil tussen enkele brouwers en kolenhandelaren in Delft en Rotterdam over de inhoud van de ter plaatse gebruikte tonnen. Van Leeuwenhoek moet eraan te pas komen om de nodige berekeningen uit te voeren. Niet op de vierkante millimeter, maar in duimen, ellen en hoeden. Wie het na wil lezen én rekenen, kan terecht in de online editie van alle brieven van Van Leeuwenhoek.

En wie liever een echt boek in handen heeft, kan de gedrukte brieven inzien in de studiezaal van het Stadsarchief

Inloggen
Share
Tweet
Share