De intercity van de Gouden Eeuw – Stadsarchief Delft
Een trekschuit in de Vliet, getekend door Hendrik Thier in 1768. (TMS 68154)

Een trekschuit in de Vliet, getekend door Hendrik Thier in 1768. (TMS 68154)

13 juli 2019:

De intercity van de Gouden Eeuw

Een trekschuit was in de zeventiende eeuw eigenlijk niets nieuws. Al honderden jaren werden boten over de Vliet en de Schie getrokken of ‘gejaagd’ door paarden of mensen. Zo was je onafhankelijk van de wind en bovendien: op zulke smalle vaarten kon je meestal toch al niet zeilen. En al die tijd namen vrachtschippers ook passagiers mee, al was het maar om een centje bij te verdienen. Maar omstreeks 1630 vond een heuse revolutie plaats. Overal in Holland werden geregelde passagiersdiensten ingesteld, met vaste vertrek- en aankomsttijden. Voor het eerst in de geschiedenis kon je een reis tot op de minuut nauwkeurig gaan plannen. Als je ’s ochtends de schuit naar Leiden nam, wist je precies hoeveel tijd je had voor je zakelijke afspraak, een bezoek aan de markt of het bijwonen van een college aan de universiteit, hoe laat je ’s avonds thuis was én wat de reiskosten waren.

Ook rond Delft ontwikkelde zich in hoog tempo een netwerk van trekschuitverbindingen. In 1636 startte de dienst op Rotterdam, in 1637 die op Den Haag en weer een jaar later die op Leiden. Alle drie kwamen ze tot stand via een gemeenschappelijke regeling tussen de betrokken steden. Zij legden samen de benodigde infrastructuur aan, stelden ordonnanties op, wezen schippers aan en bepaalden de frequentie van de afvaarten en de tarieven.

In 1645 werd ook Maassluis vanuit Delft aangesloten op het Hollandse trekvaartennetwerk. Deze verbinding was in meerdere opzichten een buitenbeentje. Maassluis hoefde er namelijk niets voor te doen: Delft regelde alles, van de toestemming van de Staten van Holland tot de aanleg en het onderhoud van de kaden. In de beginfase betaalde de heer van Kenenburg nog mee, maar toen die afhaakte, draaide Delft in zijn eentje op voor alle kosten. Ook de doelgroep was bijzonder. Het ging niet in de eerste plaats om het vervoer van passagiers, want die waren er nauwelijks op deze route. Het ging erom dat de zeevis die in Maassluis werd aangevoerd, zo snel mogelijk op de markt in Delft was. Verse vis, die mocht wat kosten.

Buitenlandse reizigers die Holland bezochten stonden versteld over de organisatie en de stiptheid van dit openbaar vervoer. Niet voor niets is de trekschuit wel aangeduid als de intercity van de Gouden Eeuw.

Inloggen
Share
Tweet
Share